Reisverslag 2005: Braziliëreis onderzocht suikerhandel
Afgelopen zomer maakte een groep van vijf Wederzijdsleden een reis door Brazilië. De reis stond in het teken van het thema ‘eerlijke handel en de suikerindustrie’. Deelneemster Vrouwke Jouwsma doet verslag.
Op de reis zijn twee regio’s bezocht om dit thema uit te diepen. De deelstaat Mato Grosso do Sul in het zuid-westen en in het noord-oosten de deelstaat Pernambuco. Daarnaast zijn basisgroepen bezocht in Rio de Janeiro en in Cametá in het Amazonegebied. Brazilië is de grootste producent van suikerriet ter wereld en in staat om het hele jaar door te oogsten. Het heeft een grote thuismarkt voor suiker, 175 miljoen inwoners, en het produceert alcohol uit suiker als brandstof voor auto’s. Brazilië heeft verder heel lage productiekosten en zou in staat zijn heel Europa van suiker te voorzien mochten de grenzen daarvoor open gaan.
Europa dumpt
Europa steunt zijn telers van suikerbieten door middel van een vaste prijs en een vast quotum. Deze prijs ligt boven de wereldmarktprijs. Als de boeren meer produceren dan het afgesproken quotum, wordt het overschot op de wereldmarkt afgezet. Dit gebeurt tegen een lagere prijs dan de vastgestelde prijs en wordt daarom ‘dumping’ genoemd. De voormalige koloniën van de EU-landen, de zogenaamde ACP-landen, mogen een bepaald quotum suiker tegen een vastgestelde prijs aan de EU leveren. Deze ligt boven de wereldmarktprijs. Ook een aantal MOL’s (Minst Ontwikkelde Landen) mogen een bepaalde hoeveelheid suiker naar de EU exporteren voor een vaste prijs. Dit gebeurt omdat de infrastructuur in deze landen zo belabberd is, dat die kostprijsverhogend werkt. Momenteel vinden er in de EU onderhandelingen plaats om tegemoet te komen aan de richtlijnen van de WTO (World Trade Organisation): afbouw van importtarieven, geen handelsverstorende inkomenssteun en afbouw van exportsubsidies.
Suikerrietfabriek
Tijdens ons verblijf bezoeken we een suikerrietfabriek in Maracaju in Mato Grosso do Sul. Dit is een redelijk nieuw suikerrietgebied. De fabriek is net gemoderniseerd en voldoet aan de nieuwste milieu-eisen. Bij de ingang staat een bord waaruit blijkt dat er actief op de arbeidsomstandigheden wordt gelet. De overheid verplicht de fabrieken om een deel van de productie voor alcohol als brandstof te bestemmen. Een projectleider van de fabriek, die voor bijscholing naar Frankrijk is geweest, vertelt ons het een en ander over het proces. Ontwikkelingslanden produceren toch bruine rietsuiker denken wij, maar tot onze verbazing is het eindproduct wit. Hij ziet onze verbazing en vertelt dat ze onderzoek doen naar de vraag: ‘Hoe wit wil de Europese consument zijn suiker?’. Aan die laatste stap in het productietraject, van bruin naar wit, hangt namelijk een prijskaartje. Deze fabriek is al helemaal bezig om zich voor te bereiden op een open markt. De arbeiders van de fabriek wonen in een fabrieksdorp dichtbij het complex. De seizoensarbeiders worden ondergebracht in grote wooneenheden.
Geïsoleerde rietsnijders
In Recife wacht pater Tiago Thorlby van de CPT, Comissão Pastoral da Terra (Pastorale Commissie van de Grond) ons op. Recife is de hoofdstad van de deelstaat Pernambuco in het noord-oosten, één van de oudste suikerrietgebieden van Brazilië, en tot 1970 ook het belangrijkste. Tiago brengt ons in contact met (voormalige) rietsnijders. Ze wonen zeer afgelegen en hebben nauwelijks contact met de buitenwereld. De tocht erheen is op zich al een hele onderneming. Je hebt af en toe het gevoel dat het busje zo op zijn kant kan vallen. Zoveel kuilen, gaten, hobbels en bobbels in de zandweg en het is nog wel het droge seizoen. Deze mensen werkten bij de plaatselijke suikerrietfabriek. Deze is bezig zich failliet te laten verklaren, maar dit is nog steeds niet officieel uitgesproken.
De fabrieken, vaak eigendom van grootgrondbezitters, of van een zeer klein aantal eigenaren van grote plantages, kunnen de concurrentie met de nieuwe suikerrietgebieden in het zuiden niet aan. Pernambuco is een heuvelachtig gebied. Hierdoor liggen de productiekosten hoger dan in het vlakkere zuiden. De subsidies, die deze ‘oude suikergebieden’ van de regering kregen om te moderniseren om zo de concurrentie aan te gaan, zijn ook voor andere doeleinden gebruikt. Bijvoorbeeld voor de bouw van hotels, zoals de pater ons vertelt. Ook vertrekken veel ondernemingen zelf naar de nieuwe suikergebieden in het zuiden
Slavenarbeid
Vrouwen en mannen, die nu tussen de 40 en 50 jaar oud zijn, vertellen hun verhaal. Op jonge leeftijd, 8 tot 10 jaar, moesten ze aan het werk. Suikerriet snijden, geen tijd voor scholing. Ouders moeten noodgedwongen hun kinderen inschakelen om de vereiste hoeveelheid suiker te kunnen afleveren. Je kunt het bijna slavenarbeid noemen. Een vrouw vertelt dat ze elf kinderen gebaard heeft waarvan er nog zeven in leven zijn. Daarvan zijn er drie naar Rio de Janeiro vertrokken, op zoek naar werk.
Ze wonen met veertien personen in hun wooneenheid, een soort éénkamerwoning die bij de fabriek hoort, die ze hebben gekraakt. Daarnaast bewerken ze braakliggend land waar voorheen suikerriet op werd verbouwd. Ze hebben het lot in eigen hand genomen. Ze strijden voor het recht om de grond te mogen bewerken en gewassen te verbouwen die ze kunnen eten. En wat ze over hebben op de markt of aan buren te verkopen. Geen grote wensen maar ‘to work in dignity’ (‘werken in waardigheid’) zoals een jongen het verwoordt. Ze worden hierbij gesteund door de CPT.
Een open markt?
Is een open markt een eerlijke markt? Een rechtvaardige markt? Als de wetgeving op arbeidsomstandigheden in Brazilië niet wordt gehandhaafd? Wordt de armoede er mee bestreden? Of profiteren alleen de grote landeigenaren? Er zal in ieder geval een verhoogde vraag naar goedkope Braziliaanse suiker komen. Welke gevolgen heeft het? De boer in Mato Grosso do Sul wil zijn ‘sojaland’ graag verhuren aan de suikerfabriek. Hij ontvangt dan een hogere pacht. De verbouw van soja schuift dan op. Er moet nieuw land in cultuur gebracht worden. De oorspronkelijke vegetatie zal verdwijnen. Wat zijn de consequenties voor het milieu? Meer uitvoer, meer deviezen! Maar wie profiteert hiervan? De ‘suikerbaronnen’? Of wordt het ingezet om de armoede te bestrijden? In Pernambuco zouden ‘onrendabele’ suikerplantages, met behulp van de regering, verdeeld kunnen worden onder de landlozen. Er is al wetgeving op dit gebied. Maar zijn deze mensen in staat om verschillende producten te verbouwen? Tot nu toe werkten ze alleen in het suikerriet.
Geen pasklare antwoorden
Pater Tiago kan zich een open markt voorstellen maar dan eentje waarbij in Brazilië wordt geproduceerd onder dezelfde omstandigheden als in de EU. Met het nakomen van mensenrechten, sociale rechten, het recht van vakbondsvrijheid en goede arbeidsomstandigheden.
Deze reis heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat pasklare antwoorden niet voor het oprapen liggen. Maar Nederland, Europa en Brazilië moeten beslissen welke doelstellingen ze het belangrijkst vinden. De millenniumdoelstellingen voor armoedebestrijding en rechtvaardige handel óf de doelstellingen van de WTO voor een open markt.
— Vrouwke Jouwsma

Leave your response!
You must be logged in to post a comment.