Home » Reisverslag Indonesië 2004

Reisverslag Indonesië 2004

In september reisde opnieuw een Wederzijdsgroep door Indonesië. De reis ging door delen van Sumatra, Java en Sulawesi. Er waren zes deelnemers, naast reisleider Jan Glissenaar en assistent-reisleider Hannah Wieringa. In het kader van de samenwerking met Oikos was er tijdens de reis bijzondere aandacht voor de strijd tegen kinderarbeid. Jan vroeg de reizigers na de reis om in kort bestek weer te geven wat ze van die strijd hadden gezien en gehoord. Hieronder een kleine greep uit de reacties.

Hannah Wieringa

Zij beperkte haar reactie vrijwel geheel tot het thema. Als kenner van Indonesië (ze werd er geboren, groeide er tot haar tiende op en komt er vaak) stelt ze: “In Indonesië is

Ontvangst bij een Pesantren (koranschool) op Sumatra. Foto: Annelies van der Sman

het normaal dat alle leden van een gezin bijdragen in het levensonderhoud, dus ook de kinderen. Reizend in Indonesië is dat ook overal te zien: jongetjes die kranten, sigaretten of snoep verkopen; meisjes die in de winkel of het restaurant meehelpen, enzovoorts. Het is dus zinnig om de doelstelling te beperken tot kinderuitbuiting, namelijk als het werk schadelijk is voor de lichamelijke of psychische gezondheid van het kind, als het kind door het werk niet naar school kan gaan, als er geen of weinig betaling is en als er sprake is van vrijheidsberoving.” Hannah constateert: “Er is weinig aandacht voor kinderuitbuiting. Toch zijn er instellingen die actief bezig zijn met de bestrijding. Af en toe worden er resultaten geboekt.”

Marianne Kok

Zij schrijft wat meer over de reis in haar geheel. “Ik vond het een goede, boeiende, maar ook vermoeiende reis, waar ik met veel warme gevoelens aan terugdenk… Wij kregen iets meer inzicht in sociale structuren, macht en onmacht van de Indonesische samenleving. De dag in Jakarta met de vertegenwoordigers van Kompak en CNSP (die tegen kinderarbeid strijden) was zeer inspirerend en gaf stof tot verdere acties (voor de werkgroep Indonesië?). Een ander hoogtepunt was het verblijf in de kampong Ketenger in Kalipagu. Niet dat het thema kinderarbeid er zo uitsprong. Maar we maakten wel het gewone leven mee van een besloten gemeenschap.”

Annelies van der Sman

“Het is bekend dat veel kinderarbeid in Indonesië zich afspeelt in fabrieken (Adidas), op visvangplatforms en in de huishouding, maar ook in de prostitutie, zoals op het eiland

De reisgroep bracht een bezoek aan het geboortedorp van wederzijdslid Ade Rubam, in de omgeving van Bukittingi op Sumatra. Haar broer geeft uitleg tijdens een wandeling door de sawa’s. Foto: Annelies van der Sman

Batam voor de kust van Singapore. Het is ‘verborgen arbeid’ die je niet gauw opmerkt als je door het land reist. Wel zag ik in een restaurant op Sumatra serveerstertjes die wel heel jong leken, evenals sommige becakrijders in de grote steden. In Yogyakarta liep ’s avonds een meisje met haar oma bedelend tussen de auto’s op straat. In Makassar zag ik ventende kinderen met zakjes pinda’s en snoep. Om uit hun armoede te geraken gaan de ouders vaak in op voorstellen van kinderhandelaars die de dorpen afstruinen om kinderen te ronselen. Als een of beide ouders werkloos is, worden de kinderen er op uitgestuurd om te werken.

Met bewondering luister ik in ons hotel in Makassar naar het verhaal van twee mannen: Zul en Ala. Zij voeren een beweging aan: ‘de koekjesverkopers’. Op straat zie je deze kinderen achter hun karretjes met snacks staan. De mannen organiseren de kinderen die veelal uit eigen beweging naar hen toekomen en laten ze werk en onderwijs combineren. De kinderen dragen geld af om naar school te gaan. Ook de ouders ontvangen geld uit de spaarpot die ze maken. Het solidariteitsgevoel wordt aangewakkerd via projecten met rijkere scholieren: zo gaan ze gezamenlijk naar overheidsinstellingen en bezoeken het hoger onderwijs. Het systeem dient twee doelen: de kinderen kunnen naar school en de ouders ontvangen geld.”

Rein Bakhoven

“Op een eilandje in het Tobameer, op Sumatra bezochten we een weverij en ik sprak een weefster aan, die mij desgevraagd antwoordde dat zij 20 jaar was (dus niet meer leerplichtig). Zij was 11 jaar toen zij van haar ouders het weefvak leerde. Er was destijds naar mijn visie duidelijk sprake van ongeoorloofde kinderarbeid. Moest ik dat afkeuren? Het argument van de familie is in dergelijke gevallen: bij ons leer je een goed vak, waarmee onze familie van grootouders en ouders tot de (oudere) kinderen een goede boterham verdienen. Biedt de school ook een dergelijke toekomst? Op het eiland is wel basisonderwijs, maar géén voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs al evenmin. Mijn argument is: zelfs als de weverij goed floreert en in handen van de familie blijft, is de positie van deze jonge vrouw afhankelijk. Denk alleen al aan de consequenties van het gestaag teruglopend toerisme naar dit eilandje. Bij het overlijden van haar ouders kunnen er ook nog eens erfrechtproblemen ontstaan en deze raken haar bestaanszekerheid eveneens. Daarom zou ik zeggen: liever eerst maar de school afmaken en kies dan een beroep!”

Piet Kruizinga

“Enkele jaren geleden heeft de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève een speciaal op Indonesië gerichte campagne gelanceerd om kinderarbeid, vooral in de fabrieken en op visplatforms buitengaats, tegen te gaan. Mensen die wij er naar vroegen bevestigden dat deze acties succesvol waren geweest. Structurele kinderarbeid kwam niet meer voor, zo verzekerde men ons op de diverse eilanden. Maar daar stond tegenover het verhaal van die twee jonge vrouwen uit Jakarta, die in de verafgelegen kampongs en in de achterbuurten van de grote stad nog veel gedwongen kinderarbeid aantroffen. Niet geïsoleerd, maar als onderdeel van de algemene armoede, de werkloosheid en het gebrek aan goede voorzieningen. Zij gingen naar de verafgelegen dorpen en de sloppen waar verder niemand kwam om voorlichting en cursussen te geven. Om op die manier de mensen te helpen zichzelf te helpen. Zelforganisatie en zelfhulp met behulp van scholing waren hun middelen. Gelukkig gebeurt er wat, ook en vooral aan de basis van de samenleving. Door mensen die dagelijks geconfronteerd worden met het verwaarlozen van kinderen en het wegwerpen van hun toekomst.”

Comments are closed.