Home » Reisverslag Indonesië 2007: Allemaal een spaarboekje

Reisverslag Indonesië 2007: Allemaal een spaarboekje

Afgelopen augustus reisde een kleine Wederzijdsgroep naar Indonesië. Deelneemster Eva Huizingh maakte een uitgebreid verslag, waarvan hieronder het eerste deel. Meer over deze reis volgt in het volgende nummer van ons Contactblad.

We waren met een klein groepje van vier reizigsters, onder leiding van reisleidster Hannah Wieringa, assistent reisleidster Brecht Gerbrandy en de Timorese Debi, een medewerkster van Brecht. We pasten met zijn zevenen mooi in het busje waarmee onze aardige chauffeur Jaini ons over Java vervoerde.

De eerste avond in ons hotel in Jakarta kwam Bismo Sanyoto met vrouw en kinderen en met Maria Eminenta van de vakbond SBSI op bezoek. Zijn goede bericht was dat de heer Santa, die gevangengenomen was omdat hij werknemers had ‘opgezet’ om op 1 mei ( Dag van de Arbeid) niet te werken, de vorige dag was vrijgelaten. Hij vertelde uitvoerig hoeveel tegenwerking de vakbond ondervindt, zowel van de regering als van de politie en van de werkgevers en dat minder dan zeven procent van de arbeiders lid is uit angst om ontslagen te worden. Er zijn inmiddels wel 79 afdelingen in heel Indonesië. Er is een afsplitsing van de SBSI, de KBSI, die meer de ‘nieuwe generatie’ vertegenwoordigt.

Maria Eminenta (Mia), beheert de ‘witte boorden sector’ waarvan ongeveer 35 procent vrouw is. Zij is vooral bezig vrouwen bewust te maken van hun rechten. Bismo, die al tien jaar bij de vakbond werkt, is niet optimistisch over de vooruitzichten, wél is hij optimistisch over de mogelijkheden voor het land, nu de nieuwe president Susilo Bambang Yudoyono (SBY) probeert de corruptie aan te pakken. Hun eerstvolgende grote project is om bij de ‘Asian-European meeting’ op Bali in 2008, over het vrije marktsysteem, ook een forum van Aziatisch-Europese vakbonden te organiseren.

Wonen onder de treinbaan

Ons hotel is vlakbij de hoog over de miljoenenstad gebouwde treinbaan, waar de treinen met grote regelmaat overheen denderen. Onder de treinbaan, zodat ze een dak boven het hoofd hebben, wonen families tussen enorme stapels grote vuilniszakken, waaruit ze het vuil sorteren. Op ooghoogte is een oude tv ingeklemd en een afgedankte bank staat ervoor. Kinderen spelen tussen het vuil tot ze omvallen van de slaap en de mensen groeten ons vriendelijk. ‘Home sweet home’ van de ‘have-nots’.

Pak Sudarsana ontmoeten we in Purwokerto. Hij is de enthousiaste man van vele projecten, die niet altijd lukken. Nu is hij erg enthousiast over de ‘credit union’, een spaarsysteem waar ook de allerarmsten aan mee kunnen doen en dus ook, zonder onderpand, een leninkje kunnen krijgen. Al spaar je met slechts zes cent per dag. Het magere vrouwtje in een gescheurde jurk en met een tandeloze mond, die net binnenkomt, is zo’n ‘zes-center’.

Hij neemt ons mee naar verschillende projecten. Het waterproject in Kemawi is na twee jaar klaar. Er zijn grotere opvangbakken, grotere pijpen en één kraan per huishouding gerealiseerd, met hulp van onder andere Aqua for All. Het probleem nu is dat er in de droge tijd niet genoeg water uit de bron zou zijn. Doordat alle huishoudens door hetzelfde buizensysteem bediend worden, is er geen water voor de lager gelegen huishoudens als de hoger gelegen woningen alles verbruiken. Solidariteit om te delen bestaat niet, al probeert het dorpshoofd dat nog zo te regelen. Zij hebben nu een nieuw project voor ogen, van 45 duizend euro, waarbij er een verbinding gemaakt moet worden met een hoger gelegen bron in een harsproductie bos van de regering, dwars door berg en dal. De regering zou toestemming gegeven hebben. Wij lopen tot aan de huidige bron. Er lijkt nu nog water genoeg. Het filter- en pijpleiding systeem ziet er wel erg primitief uit, en hopelijk overleeft het de zware regens in de regentijd. Schoon water bij vuilstort Het dorpje Gunung Tugel is vlakbij een grote vuilstortplaats gelegen, de grond is er sterk vervuild, de mensen worden er ziek, en voor schoon water moet er tachtig meter diep geboord worden. Vierhonderd gezinnen krijgen dan door een buizensysteem water bij huis. Ook dit project wordt gesponsord door Aqua for All. Het boorgat is klaar, het buizensysteem moet nog worden aangelegd. Wij zagen de boor in werking bij een huis, dat privé een gat liet boren, wat ongeveer een maand duurt.

Het project om organische rijst te verbouwen loopt niet goed. Van de twintig boeren die ermee begonnen, zijn er nog maar drie over. Teveel ‘susah’ (‘gedoe’), vinden ze! De oudere boer die wij bezoeken heeft na acht jaar praktisch gifvrije grond en zijn rijst staat er prachtig bij. Hij maakt zelf organische pesticide en mest en kan met een klein gezin van de opbrengst leven.

Debi was dolenthousiast, zij wil in Timor ook met organische landbouw beginnen en hij belooft haar te helpen en eventueel zelfs naar Timor te komen. Het blijkt dat hij overal rondreist om te helpen promoten.

De landbouwgrond op Java is door kunstmest en pesticiden (in handen van de regering, die de boeren dwingt te kopen), met drie oogsten per jaar, dus drie keer gif in de grond, erg achteruitgegaan. De rijst is van steeds slechtere kwaliteit en er moet steeds meer ingevoerd worden. De vrouwen in het kleine dorp, dat we bezoeken, maken al generaties lang palmsuiker. De palmstroop moet urenlang gekookt en hout is duur. Bovendien zijn ze afhankelijk van de prijs, die de opkoper biedt. Sudarsana probeert hen bewust te maken van andere mogelijkheden zoals coöperatievorming, en lid te worden van de ‘credit union’. Er zijn in de omgeving al vrij veel mensen lid en gisteren is er in dit dorp een bijkantoor geopend!

Het ‘durian project’ is net gestart met een groep van 48 personen: arme, maar ijverige boeren leren een durian kwekerij op te zetten. De grond is hun eigendom, maar het water is een probleem, er moet nog een pijpleiding worden aangelegd. De groep is in het stadium van de ‘socialisatie’ (‘alle neuzen dezelfde kant op’). De durian is een dure vrucht en een statussymbool, en er zou een grote markt voor zijn. Als aanmoediging geven wij hen met de groep een boom kado. Bij de evaluatie ‘s avonds besluiten we, ‘à titre personnel’, lid te worden van de credit union. Het lijkt een goed systeem en zo tonen we betrokkenheid en ondersteuning. Wij hebben nu dus allemaal een mooi officieel spaarboekje thuis!

— Eva Huizingh

Leave your response!

You must be logged in to post a comment.