Reisverslag Tanzania 2006
Met 10 reizigers hebben we in september Tanzania bezocht. De eerste dagen volgen we een cultureel programma in en om Dar es Salaam met o.a. een bezoek aan het Nationaal Museum en een excursie naar Bagamoyo, de vroegere aanvoerplaats van slaven.
Al snel daarna worden we ondergedompeld in de Afrikaanse sfeer. In Gezaulole, iets ten zuiden van Dar es Salaam, komen we bij de vrouwengroep Kali Mata Ki Jai! (Leve de zwarte moeder!).
De vrouwen hebben een microkredietbank opgezet waar ze geld voor kleine ondernemingen kunnen lenen. Inkomsten krijgen ze ook uit een kleinschalig ecotoerisme project. Leuk om met de vrouwen in contact te komen. We genieten van de prachtige omgeving met o.a. de Indische Oceaan.
In Morogoro, 200 km ten westen van Dar es Salaam, zijn we te gast bij Josephine Bakhita, directrice van het Amani Centre, een centrum voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Deze kinderen leren allerlei nuttige werkzaamheden, zoals timmeren, dieren verzorgen e.d. Ouders in Tanzania stoppen dit soort kinderen meestal weg; het is een schande om zo’n kind te hebben. In het centrum krijgen de kinderen weer zelfrespect en kunnen ze na hun training een waardevolle bijdrage leveren aan de familie. Emmaus Bilthoven heeft de oprichting van dit centrum gestimuleerd. Wij zijn onder de indruk van wat bereikt is.
Na Morogoro gaan we noordelijk, naar de bergen van Lushoto. Een prachtige streek. We logeren daar op de Irente Farm. De op de boerderij gemaakte melkproducten smaken ons prima. De eigenaar van de boerderij is o.a. bezig met een herbebossingsplan waarbij hij niet-inheemse soorten vervangt door inheemse. We krijgen een interessante rondleiding.We bezoeken hier ook projecten van de Lutherse kerk, o.a. een weeshuis, een blindenschool en een middelbare school. Vrijwel alle kinderen gaan in Tanzania naar de basisschool. Maar met niet meer dan de basisschool kun je alleen werk vinden in het informele circuit. Voor de middelbare school moeten de ouders behoorlijk betalen. Daar is vaak helaas geen geld voor. De bustocht verder noordelijk naar Moshi, gelegen aan de voet van de Kilimanjaro, leggen we af met kippen, ganzen en kleurrijk volk.
In Moshi bezoeken we o.a. de projecten van MUHA (Moshi Urban Horticulture Association). Deze organisatie wordt geleid door Agenta (directrice) en Dominique (coördinator). Agenta is tuinbouwspecialiste; zij heeft diverse projecten opgezet. De tuin bij MUHA staat er goed bij. Er worden groenten verbouwd die bijdragen aan een goede voeding van de gemeenschap. Hoe belangrijk dat is realiseren we ons pas goed als Agenta ons in contact brengt met een groep vrouwen die aids hebben. De vrouwen gebruiken wel medicijnen, maar zonder goede voeding hebben de medicijnen onvoldoende effect, zijn de vrouwen te kwetsbaar voor infecties. Medicijnen zijn duur. Daarom is het voor hen belangrijk om inkomsten te krijgen. Agenta heeft zelf een microkredietsysteem opgezet. Vrouwen kunnen geld lenen om een inkomensgenererende activiteit op te zetten. Dat lenen lukt niet bij de Oikocreditbank in Moshi. De rente die Oikocredit vraagt is niet erg hoog, maar om te lenen bij Oikocredit moet je kredietwaardig zijn.
MUHA is daar niet kapitaalkrachtig genoeg voor. Agenta is begaan met de vrouwen die aids hebben. Het is toch niet acceptabel dat er veel meer vrouwen met aids besmet zijn dan mannen. Ze noemt een verhouding van 5 op 1. Het heeft allemaal te maken met de ondergeschikte positie die je als vrouw in deze maatschappij hebt. Hoewel de regering uitgaat van gelijkwaardigheid van man en vrouw is in de praktijk de man de baas. Als vrouw moet je doen wat je man zegt. Vooral in de buurt van de grote wegen is het een ramp. Vrachtwagenchauffeurs maken graag gebruik van de diensten van vrouwen, die zo aan het broodnodige geld voor het gezin komen. Een goede ontwikkeling is dat er veel groepen zijn die door middel van drama waarschuwen voor het gevaar aids op te lopen. Wij maken zelf een boeiende voorstelling mee.
In de streek waar MUHA actief is, is het een groot deel van het jaar erg droog. Het water zit heel diep. Om het naar boven te krijgen moet je een diep gat boren en het water met een pomp naar boven halen. Als de pomp kapot gaat moet je die kunnen repareren of laten vervangen door een nieuwe. Dat laatste kost allemaal geld en geld ligt niet voor het oprapen in een gemeenschap waar veel bewoners minder dan een halve dollar per dag verdienen. Toen wij vorig jaar geconfronteerd werden met een kapotte pomp in een dorp zagen we ook direct het effect, een verdorde omgeving. Het heeft geen zin om geld te verschaffen voor een nieuwe pomp als je weet dat die over een tijdje ook weer kapot gaat en het probleem zich zal herhalen. Dominique realiseerde zich dat ook en vond dat een bewonerscomité het beheer over de pomp moet krijgen en dat de mensen ook een klein bedrag voor het water moeten gaan betalen zodat je een fonds vormt waaruit een nieuwe pomp betaald kan worden. Emmaus Bilthoven was toen bereid om op deze voorwaarden het geld voor een nieuwe pomp te doneren. De pomp functioneert ondertussen. De planten in de omgeving zien er er nu weer goed uit. Water kan ook heel vervelend zijn. In het dorp zie je bergen vuil op straat liggen. Met water er bij vormt dat in de regentijd een broedplaats voor malariamuggen.
Bij ons afscheid zegt Agenta, dat ze ons hoopt terug te zien, maar als dat niet het geval is, dat we elkaar dan in de hemel weer zullen ontmoeten. Dat laatste vond ze blijkbaar toch te lang duren. Een week later op het vliegveld was Agenta aanwezig om ons uit te wuiven.
Na Moshi staat een safari op het progamma. Het Nationale Park Tarangire is werkelijk heel mooi. We zien daar prachtige olifanten met jongen, zebra’s, struisvogels etc. Onvergetelijk! Het vervolg van onze reis naar de woonplaats van Walther de Nijs, Seloto, gaat over hobbelige zandwegen. Walther, een Wageningse ingenieur, heeft de organisatie LISO (Local Initiatives Support Organization) opgericht. Walther heeft de filosofie dat je activiteiten van de mensen moet stimuleren, niet zo maar geld geven. Hij betrekt de bewoners bij de bouw van scholen, zorgt voor de training van leraren, stimuleert actiegroepen tegen vrouwenbesnijdenis enz.. Hij laat ons veel zien, zelfs een plaatselijke brouwerij.
Tenslotte gaan we nog naar Arusha in Noord-Tanzania. Daar volgen we een workshop batikken en bezoeken we een straatkinderenproject. Volgens onze gastheer Nout van Hout moet je straatkinderen nooit geld geven, want je maakt er criminelen van. Hij probeert ze van de straat te krijgen en hen een beroepsopleiding te geven, zodat ze meer kans in de maatschappij krijgen. Met heel veel boeiende indrukken gaan we terug naar Nederland.
— Karel van de Putte


Leave your response!
You must be logged in to post a comment.