Reisverslag Tanzania 2008
Woensdag 2 juli
Via Zurich vertrekken we naar Dar es Salaam. We vlogen met Swiss Air. Om 8.00 Pm worden we welkom geheten in het Julius Nyerere International Airport. Onze gids in Dar es Salaam, Francisco, staat al op ons te wachten. Hij heeft vervoer naar ons hotel Econolodge geregeld en is voor onze reisleider Piet Buijsrogge een bekend gezicht. Morgen gaan we naar Gazaulole om de vrouwengroep Kalimata Ki-Jai op te zoeken.
Donderdag 3 juli: Kalimata ki-jai womensgroup
Al vroeg, rond 5 uur, klinkt de oproep van de moskee. Zelfs van 2 achterelkaar!
Na een sober ontbijt gaan we op onze eerste dag naar de vrouwengroep in Gezaulole. Juliana van de vrouwengroep zit al te wachten in de hal en gaat met ons mee. De taxi, alweer geregeld door Francisco, brengt ons naar de ferry bij de Fish Market. Drukke straten met veel lopende en rijdende/toeterende mensen. Opvallend is dat je op straat bijna geen blanken ziet; ook later en in andere grote plaatsen zie je ze alleen in een toeristisch centrum, een hotel, een restaurant en dan veelal ook jonge backpackers. Je wordt ook niet geacht te lopen, maar een taxi te nemen.
Bij de ferry is het ook druk en veel mensen met allerlei handel, al of niet op het hoofd. Na het passeren van de controle is het wachten op de ferry. Een korte oversteek naar het schiereiland Kigamboni en een volgende taxi naar Kalimata. Eerste deel asfalt, verderop “dirt road” met bijbehorende stofwolken. Er wordt stevig gereden, gaten en kuilen omzeild en er gaat allerlei handel richting de stad (houtskool, eieren, avocado’s, kokosnoten, manden, etc.), veelal lopend of met een soms zwaar beladen fiets. Bij het naderen van auto’s is het geraden de berm op te zoeken!!
Een vriendelijke ontvangst door de dames bij het guesthouse, waar we kunnen verblijven en zitten. Het guesthouse ziet er keurig uit; stromend water, een echte douche en elektriciteit is hier nog een droom. De vrouwen zorgen voor ons voor een zo goed mogelijk alternatief. En het portret van “bwana” Nyerere ontbreekt ook hier niet, natuurlijk! Doordat het dichtbij de stad is, is er veel komen en gaan in het dorp; de huisjes zijn soms half afgebouwd of weer verlaten.
***Er kan op heel veel plaatsen nog vrijelijk worden gebouwd (en door de overheid worden verwijderd.) Er is nog geen algemeen kadastersysteem. Dit betekent ook dat er geen rechtszekerheid is m.b.t. eigendom en b.v. ook geen mogelijkheid van een hypotheek. Dat zou een belangrijke impuls voor de economie van het land en de mensen zijn. De krant schreef wel over een recente oproep van de regering aan de grotere plaatsen om in elk geval voor nieuwe wijken de plots te gaan uitmeten en registreren. In een aantal gevallen hebben mensen wel een semi-officiëel document van de regionale overheid. Maar of dat altijd voldoende is?
Met mrs. Juliana, lopen we langs de weg en door het veld richting kust. Overal veldjes met mais, groenten, pepers, bananenbomen, etc.
Eerst een bezoek bij mrs. Maimuna in haar hut waar ze demonstreert en vertelt van haar vlechten van matten, het verven ervan en het maken van henna. Via via gaat dat zelfs naar Finland! Ondertussen hebben we de eerste lesjes in het groeten in het Swahili.
Vervolgens gaan we met een lid van de groep mee om te “lunchen”. Een warme maaltijd, weer goed verzorgd. Voor en na handen afspoelen met warm water. Dan naar de kust lopen.
De kust is prachtig, een mooi zandstrand met palmen langs de kust, enkele eilandjes en kano’s voor de kust. We nemen een duik in het zoute oceaanwater. Op de terugweg zien we allerlei schelpen en platgeslagen planten liggen tot ver op de kust; ook hier is de tsunami geweest.
Terug bij het guesthouse zitten tien van de vrouwen klaar om ons te informeren en vragen te bentwoorden. De positie van het bestuur en de rollen binnen het bestuur zijn duidelijk : Voorzitter Nuru (“licht”). secretaris Amina, penningmeester Juliana.
De groep bestaat al heel wat jaren, heeft diverse bezoekers al ontvangen en is erg gemotiveerd en actief. Op allerlei manieren is en wordt geprobeerd iets op te bouwen en een inkomen te verwerven (maken en verbouwen of doorverkopen van producten, eten koken en verkopen, marktverkoop, etc.)
Sinds enkele jaren werkt er een spaarsysteem, waar wekelijks wordt ingelegd en beurtelings uit kan worden geleend. Het gaat meestal voor korte termijnen van enkele maanden. Bij grote uitgaven, b.v. een begrafenis, wordt de hele “pot’ uitgekeerd. Het werkt dus ook als een soort verzekeringssysteem. Werken als groep is erg stimulerend en levert ook onderlinge controle op. Het guesthouse is een gezamenlijk bezit en wordt zorgvuldig gebruikt en onderhouden.
Op de vraag naar hun belangrijkste wensen was de reactie:
- een goede schoolopleiding voor onze kinderen en
- meer bezoekers (en gebruikers van het guesthouse).
School is een probleem vanwege de grootte van de klassen (soms 60), daardoor achterstanden en geen geld voor bijlessen. Kinderen worden beschouwd als een “investering in de toekomst” De vrouwen waren erg vriendelijk en behulpzaam, maar ook actief en met een duidelijk doel en samen. “Hulp” is hier dan ook het verkeerde woord; ze willen alleen de mogelijkheden om verder te ontwikkelen en te verbeteren. Plannen, zelfbewustzijn, initiatief en werklust is er genoeg. Toch ook met voldoende tijd voor plezier, een grap en een dansje!
Na de bespreking stond al weer snel een warme maaltijd klaar (pannenkoeken, saus van zoete aardappelen, een soort spinazie (bleek Chinese kool), bananen en avocado’s.)
Het wordt ’s avonds voor onze begrippen snel donker, tussen 6 en 7.
Een mooie avond met stilte, een sterrenhemel en krekels.
Vrijdag 4 juli
Na een stevig ontbijt namen we eerst afscheid van de hele groep. Het ging er vrolijk aan toe. “Kom vooral terug”! Daarna bracht Juliana ons naar een bijzonder huis van “Zion Zuri-Art and Culture”—“Rasta people”’. Enkele jonge mensen, vrouw Portugese, die mooie kleding naaien, naailessen geven en ook andere cultuur willen promoten. Plannen voor een shop, daar in Gezaulole en in Dar es Salaam. Ook PR en verkoop via website zionzuri.blogspot.com Verrassend om zoiets daar tegen te komen!
Vervolgens demonstratie bij een pottenbakker. Materiaal van klei en gestampte dakpannen, helemaal handgevormd, zonder draaischijf. Om 12 uur stond de taxi klaar en retour via de ferry. Ook in Dar kennen ze een spits, die het nodige vraagt aan chauffeurskunst. Na aankomst in de Econolodge verzamelen we weer om kip met rijst te gaan eten bij het moslimrestaurant “Le Chef” waar er geen bier verkocht werd. We bekijken nog een stukje Dar es Salaam. Prachtig ligt hier de groente en fruit uitgestald op de stoep.
Het lijkt langer dan het in werkelijkheid is dat we in Tanzania zijn. Op één dag een aapje zien klimmen, Masaai zien lopen op de ferry, in een taxi met een gebarsten ruit en in een luxe taxi met airco zitten. Een kindje dat in je benen knijpt vanwege het verschil, een vrouw die uitgeput op straat lag, een bedelaar op de boot, het is allemaal Afrika.
Zaterdag 5 juli
JAMBO = goedendag
Vandaag gaan we naar Bagamoyo, 70 km ten noorden van Dar es Salaam. We worden eerst door Francisco in twee taxi’s opgehaald. Langs de weg is er de Afrikaanse variant op Intratuin: planten in soorten en maten worden er te koop aangeboden. We reizen verder met een busje wat na verloop van tijd niet goed meer trekt.
Onderweg vertelt Piet naar aanleiding van kleding die we bij kraampjes langs de weg zien hangen over de naam die hiervoor gebruikt wordt. :”kafa Ulaya”. Kaf betekent dingen van de doden en Ulaya is de Swahili naam voor Europa. Spullen van de doden van Europa: In Europa doen ze de spijkerbroeken weg terwijl ze nog bruikbaar zijn. Verder vertelt hij dat er olie uit transformators voor de elektriciteit, aan de kant van de weg, gestolen wordt. De Afrikaanse vrouwen zijn erg ontevreden over hun krullende haar. Deze olie werkt erg goed om haar recht te maken. Op de grote reclameborden zie je ook gestraight haar.
Overal lopen de kippen los om het huis. ‘Kuku’ in het Swahili. In deze wijk van Dar es Salaam ligt ook de Amerikaanse ambassade. Dit is duidelijk een hoofdweg, een handelsroute met fietsenmakers, bedden, ledikanten, emmers die je kunt kopen. Ook zijn er karren die voor of achter de fiets geplaatst kunnen worden. Bij een inham stopt ons busje omdat de oliefilter verstopt zit, het kwam ook haast de heuvels niet meer op. We gingen steeds langzamer rijden. Alle auto’s passeerden ons. Dan stappen we uit de bank klapt om en er wordt naar de motor gekeken en het euvel wordt ontdekt en verholpen. En jawel enige tijd later sjezen we met 115 km per uur weer verder.
We racen iedereen voorbij en zouden hier niet durven fietsen. Piet vertelde dat het op zijn missiepost jaren geduurd heeft voordat er telefoon werd aangelegd. Twee dagen later deed de telefoon het weer niet, de koperdraad in de lijn was gestolen. We constateren dat in Tanzania er technische ontwikkelingen overgeslagen worden. In de Econolodge lag het telefoonboek van heel Tanzania: 2005. In plaats van een vaste verbinding heeft nu ‘iedereen’ een mobieltje. Om kwart voor twaalf arriveren we bij het huis van de zusters in Bagamoyo, de voormalige hoofdstad van Tanzania tijdens de Duitse tijd. In de handelsstad Bagamoyo vestigt de rooms-katholieke kerk vanuit Zanzibar de eerste missiepost in 1868. Vanuit deze plaats worden de missieposten in Mhonda(1877), Madera(1881), Morogoro (1882), Tununguo (1884), Ilonga (1885) enz. opgericht.
In Bagamoyo verzamelden de Arabieren hun slaven. Van hieruit werden de slaven naar Zanzibar vervoerd.Zij werden vandaar verscheept naar Arabië, Oman, India of Azië, of te werk gesteld op de kruidnagelplantages op Zanzibar en Pemba. Van de opbrengst bouwden de Arabieren grote handelshuizen.
De missionarissen kochten slaven vrij en ijverden voor afschaffing van de slavernij
Zanzibar was een belangrijk handelscentrum in de Indische oceaan in de 8e en de 9e eeuw en ook toen al was er slavenhandel. In de daaropvolgende eeuwen werd er ivoor geëxporteerd naar China en India. Officieel kwam er een einde aan de slavenhandel in 1890; de laatste ex-slaaf Maria Ernestine stief in 1974. Ook zou er eind 19e eeuw een einde aan de ivoorhandel moeten komen maar dit was nog tot ver in de 20e eeuw gewoon in de handel. In het museum zien we de restanten van kettingen waaraan de slaven geketend werden. Ook buiten in de grote mangoboom is nog een stuk ingegroeide ketting te zien.
Hier staat ook het kerkje waar ontdekkingsreiziger David Livingstone op een brancard heengebracht is, na zijn overlijden in Zambia. Zijn trouwe dienaren droegen zijn lijk door 1500 mijl oerwoud terug. Een soortgelijke brancard, stokken met doek staat in het slavernijmuseum. Van hieruit is Livingstone verscheept naar Engeland waar hij in de Westminster Abbey begraven ligt. In drie kamers staan indrukwekkende getuigenissen van de slavernij uitgestald. We gaan samen naar het kerkhof en zien dat daar jonge fraters van 21, 24 en 44 jaar oud hier begraven liggen. De jonge missionarissen werden ziek van malaria, gele koorts en ook cholera. Honderden volwassenen en jonge kinderen stierven eraan, ook de verzorgenden.
Veel van die missionarissen hadden Duitse namen. Het waren mannen uit de Elzas wat toen Duits gebied was. De eerste missionarissen waren Fransen, maar toen Tanganyika een Duitse kolonie werd, stuurden de Paters van de H.Geest voornamelijk Elzassers naar Tanganyika. De Elzas was in 1871 bij Duitsland ingelijfd.
Er hangt in het museum ook een bankbiljet met een swastika uit de Tweede Wereldoorlog. Onder de indruk stappen we weer in het busje naar het strand waarin we onderweg op koloniale gebouwen uit de Duitse tijd gewezen worden. Buiten bewonderen we de 500 jaar oude mangoboom. Daarna gaan we met het busje naar het strand. Waar we door handelaren aangesproken worden, mooi houtsnijwerk en oude munten wisselen van eigenaar. In de verte zie je Zanzibar.
Dan gaan we naar Kaole een stad die vier eeuwen terug erg welvarend was. Hier liggen de overblijfselen van twee moskeeën, de sharif en de sharifa, een mannen en een vrouwengedeelte. Hier werd met het gezicht naar Mekka gebeden. Alles is in restauratie en wordt ons uitgelegd door een gids.Ook bekijken we de restanten van een uit de vijftiende eeuw stammend stenen huis. Er was ook een babygrafje. Vroeg geboren kinderen werden als engeltjes beschouwd.
Zondag 6 juli 2008
Asante sana: Dank je wel.
De wekker gaat vroeg, want we zullen vroeg ontbijten om op pad te gaan richting Moshi. Vogels laten zich horen, de lucht is blauw roze gestreept. We zullen reizen met de Kilimanjaro expres. Met het busje van gisteren worden we naar het busstation gebracht door Francisco. Daar lopen krant/ tijdschriftenverkopers rond en wat er al niet meer te koop kan worden aangeboden zoals ook bij de stops. We rijden voorbij bananenplanten, rijstveldjes, lopende Masaai en zien de kleur van de grond veranderen van beige naar rood. Mensen wonen in een huis van leem met rieten dak op een geraamte van stokken. Bomen staan verspreid over de glooiende vlakte. Tijdens de rit waarbij bij de prijs: soda biscuit, Kilimamjaro water en pipi (snoepjes) inbegrepen is, wordt gestopt en door voornamelijk de mannen wordt geplast tegen de struiken. Ook enkele meisjes schieten links en rechts van hen de bosjes in. Ik zie een chimpansee lopen en verder zijn we weer.
We komen om half vier aan in Same waar onze contactpersoon Norbert Mchomvu ons naar het Elephant Motel brengt. Terwijl we aan komen rijden schiet er een aapje weg. Een volgende ochtend zullen de apen me wekken door een stoeipartij op het dak van mijn hotelkamer te houden.
Een deken op bed, een klamboe erboven, glas voor de ramen met horren, warm water. Wat hebben we een luxe, in vergelijking met de Afrikanen.
Norbert is in verband met de stedenband tussen Same en Tilburg verschillende keren in Nederland geweest. Hoewel we verbaasd opkijken is het dus niet zo verwonderlijk wanneer we het liedje “een eigen huis, een plek onder de zon” van René Froger uit de boxen van de autoradio horen. Op een rustige manier rijdt hij ons de komende dagen naar Basisscholen, een opleiding voor zusters en de dam van de Tanzania Electric Supply Company Limited (TANESCO).
Maandag 7 juli 2008 en dinsdag 8 juli, Same
Saba Saba (=kiswahili voor 7-7) is een nationale feestdag in Tanzania, iedereen is vrij.
Het Elephant motel waar wij verblijven, ligt even buiten Same. De stad telt naar schatting 20.000 inwoners, bestaat uit overwegend laagbouw en bestrijkt een uitgestrekte oppervlakte tegen een berghelling van de Pare Mountains. Aan de andere zijde van de geasfalteerde snelweg ligt Maasai land, waar men soms in kleine vestigingen woont, het grootste deel van het jaar rondtrekt met het vee.
Dit jaar regende het erg weinig in dit gebied, de oogst is slecht.
De meeste huizen beschikken over elektriciteit, maar stroomstoringen kunnen maanden duren. Er is dan alleen ’s nachts stroom, of helemaal geen stroom beschikbaar.
Waterputten voorzien in een grote behoefte; lang niet ieder gezin heeft een eigen put. We zien langs de hoofdweg mensen in de rij staan voor de tappunten, en ook waterbezorgers lopend, met fiets of ossenkar aan het werk.
Flessen drinkwater zijn voor ons wel overal verkrijgbaar en in ons luxe hotel is de douche betrouwbaar. Op internet lees ik later dat het is voorgekomen dat in het ziekenhuis van Same, bij gebrek aan water, een zwangere vrouw te lang op de keizersnede operatie moest wachten. Moeder en kind zijn overleden.
Water is dan ook 1e prioriteit van onze gastheer Norbert Mchomvu, arts, nu werkzaam als hoofd afdeling gezondheidszorg en ontwikkeling van het bisdom. Een bijzonder gewaardeerd man die 19 jaar in Same woont en al 14 jaar intensief samenwerkt met stedenbandcontacten in Tilburg, middels o.a. uitwisseling van verpleegkundigen (zie google).
Hij zou ons deze 2 dagen van 9 tot 19 uur begeleiden naar vernieuwende onderwijsprojecten met morele meerwaarde; de wanhoop tonen van ouderen en ons bij ondergaande zon zelfs naar Nyumba Ya Mungu (kiswahili voor Huis van God) brengen.
Het lager onderwijs is in Tanzania verplicht voor kinderen van 7-14 jaar en is gratis.
Ouders die kwaliteit van belang vinden en dit kunnen betalen, sturen hun kinderen echter al vanaf ca. 4 jaar naar christelijk onderwijs, geleid door zustercongregaties. Ouders dragen hierbij 3x per jaar 20.000 Tanzaniaanse shilling bij en zorgen voor de verplichte schoolkleding, sokken, schoenen. School zorgt voor boeken en maaltijden: warme lunch en vaak ook ontbijt.
Deze scholen liggen vaak verder weg, en in Same treffen we zelfs kinderen uit Dar es Salaam en Arusha. Voor jongens uit deze plaatsen bestaat in Same het internaat (Padre Pio kinderhuis). De overheid stelt strenge eisen aan gescheiden opvang van jongens en meisjes.
De christelijke lagere scholen zijn wel gemengd, maar geven dus alleen les aan meisjes uit de nabije omgeving vanwege het nog ontbreken van geschikte internaatopvang.
Deze scholen spannen zich extra in om Maasai meisjes die vanaf 8-10 jarige leeftijd worden uitgehuwelijkt voor een bruidschat, hiertegen te beschermen. Met ouders wordt gesproken om deze volgens de zusters zeer intelligente meisjes school te laten bezoeken.
Voor hen is het internaat van groot belang.
Als het een Maasai meisje lukt goede scholing te krijgen, bereikt zij relatief grotere emancipatie dan wanneer zij in haar eigen cultuur met (man en) kinderen leeft.
In alle congregaties werden we even hartelijk ontvangen, steeds met een uitgebreide Wederzijdse kennismaking, de nodige drankjes en versnaperingen. Enkele keren presenteerden de kinderen voor ons een stukje les of zongen (o.a. een welkomstlied) voor ons.
De kinderen waren duidelijk gewend aan bezoekers, zoals ook duidelijk werd bij invulling van het altijd aanwezige gastenboek.
De christelijke scholen die we bezochten, hanteert engels als voertaal, vanuit de gedachte dat dit de kinderen betere toekomstkansen biedt, o.a. in hoger- en wetenschappelijk onderwijs. Kiswahili is slechts een onderdeel van het lesprogramma.
Piet kreeg steeds de volle aandacht van alle kinderen als hij in kiswahili met ze sprak over ons land van herkomst. Ze vonden het prachtig! Nou heeft Piet veel onbetwiste talenten, en
daar komt nog bij dat de kinderen volgens de regels in aanwezigheid van de zusters geen kiswahili mogen spreken! Hierop staat voor de kinderen als straf minstens 5 emmers water halen….
De (Indiase!) zusters van de Ursuline Franciscan Congregation noemen zich “Little sisters st. Francis” maar doen groots werk.
In de nog maar 4 jaar die zij in Tanzania werken, hebben zij fraaie schoolgebouwen kunnen laten bouwen, zelf kiswahili moeten leren, tuinen aangelegd, personeel aangetrokken, geven inmiddels aan 2 groepen onderwijs en bezoeken zieken en ouderen in de buurt.
Norbert complimenteerde hen als “aanwinst voor het moreel van Same”.
Periodiek staat de waterput van de zusters droog, en wordt water gekocht van het Elephant motel.
De tweede christelijke school (met aparte kleuterschool) die wij bezochten, is geïnspireerd door de Ierse mother Kevin, en ook ca. 4 jaar geleden gesticht. Deze zusters komen uit Kenya, Uganda en Tanzania.
We krijgen een hartverwarmende demonstratie van (de Afrikaanse versie van?) de Montessori methode, waarbij de kinderen (naast feitenkennis) naar mijn indruk: zelfvertrouwen, eigenwaarde, zelfstandigheid en saamhorigheidsgevoel wordt bijgebracht. Indrukwekkend voorbeeld voor menige Nederlandse school.
De klassen in de beide scholen zijn relatief nog niet groot, ca. 30 kinderen per klas. De scholen groeien bovendien nog elk jaar met een leerjaar, waardoor deze kinderen nu spekkoper zijn, maar volgens Norbert zouden er de komende jaren nog veel meer leerlingen bij komen.
Verrassend was wel dat men de kinderen Montessori basisonderwijs biedt, en niet bekend is met het feit dat er ook een voortgezet onderwijs methode Montessori bestaat.
De energieke “ontwikkelingsspil” van mother Kevin, zuster Theresia, was eerder in Kenya contactpersoon van het Liliane Fonds. Zij is trots op de 12 gehandicapte leerlingen die deel uitmaken van de school, en er van overtuigd dat het onderwijs-internaat, eenmaal gereed en volledig in bedrijf, zichzelf kan bedruipen. We werden van harte uitgenodigd in de toekomst gebruik te maken van de gastenverblijven die bij het zusterhuis en de kapel in aanbouw zijn gepland.
Later zouden we in Dar es Salaam bij Oikocredit horen, dat financiering van dit soort projecten ook hun belangstelling heeft, en een aanvraag voor een dergelijke voorziening daar “in de pijplijn” zat. Er zijn ouders die onderwijs voor hun kinderen kunnen betalen, de zusters willen hiermee ook minder bedeelde kinderen kansen bieden.
Ons derde onderwijsbezoek betreft het voortgezet onderwijs en seminarie, 30 (40?) kilometer verder in het Pare gebergte. Norbert manoeuvreerde zijn met ons zwaarbeladen auto 1,5 uur enkele reis over de slechte zandweg vol diepe kuilen. We kwamen onderweg geen mens tegen, wel divers gevogelte, waar Piet voorheen wel raad mee wist.
Op een bergtop ligt het ca. 20 jaar oude klooster St. Clara met seminarie en middelbare meisjesschool in aanbouw. Een oase van rust, met uitzicht over het Mkomazi natuurreservaat.
Deze school biedt in de toekomst toegang tot hoger- en wetenschappelijk onderwijs.
De meisjes krijgen nog les en onderdak in een voormalige medische post, die na gereedkomen van de school opnieuw in als medische post gebruik zal worden genomen.
We kwamen er tijd tekort, waardoor een versnelde rondleiding volgde door het klooster, enkele leslokalen, kantoren, door schitterende tuinen en de pas aangelegde visvijvers waar Tilapia wordt gekweekt.
Na wat drankjes en versnaperingen zagen de zusters nog net kans voor een prachtig gezongen zegening, waarna Father Piet het verzoek kreeg voor te gaan in gebed, en deze wens in-no- time vervulde.
Op de onverlichte weg terug door het door mensen verlaten gebied stak een donker wild zwijn met 2 jongen in het licht van de auto de weg over.
Tussen de onderwijsbezoeken door, reden we naar een dorp in het zuidelijk Paregebergte, ten oosten van Makanya. Daar bezochten we een groep ouderen, afkomstig uit het diepe zuidwesten van Tanzania, Rwanda, Kenya, die ca. 40 jaar geleden door de eigenaar van de sisalplantage zijn geronseld om tegen zeer lage lonen te werken. Deze mensen zijn feitelijk allochtonen en hebben geen regionale belangenbehartigers.
Toentertijd waren de huizen die we zagen nog goed, maar het Kiswahili kent geen woord voor onderhoud, dus vreten Faraomieren de kozijnen weg en worden huizen bouwvallig, volgens Norbert mensonwaardig naar huidige maatstaven.
Deze inmiddels oude mensen zijn niet meer in staat op de plantage te werken, en beschikken niet over inkomen.
Om hen heen zagen we veel kleine kinderen, die hen voorzien van o.a. water en hout.
Het dorp heeft een gezondheidspost.
Een eigen tuintje of vee houden is niet mogelijk, de grond is van de eigenaar van de plantage.
De Christelijke zuster-vrijwilligers die hen uit eigen zak wat geld en fruit toestoppen en soms wat kleding voor ze kopen, vertellen ons dat de ouderen vragen om een verzorgingshuis!?
Norbert had gelijk, de confrontatie met machteloosheid was heftig.
Piet vertelde later in de auto, dat ouderen met afwijkend of moeilijk gedrag soms worden uitgestoten, of erger. Dit is voor een hem bekende zustercongregatie elders al reden geweest om wel een soort ouderenopvang te organiseren.
Ook vertelde hij over zijn ervaring met Afrikaans bijgeloof en uitstoting van een jongere.
Norbert nam ons ook mee naar Nyumba Ya Mungu, het vissersdorp bij de dam in de Pangani rivier, waarmee hydro-elektrische energie wordt opgewekt. De dam werd streng bewaakt en er mocht niet worden gefotografeerd. Norbert toonde ons het gat waar de stenen voor de dam vandaan kwamen, de waterstand is in dit onnatuurlijk ravijn-achtige gat ca. 10 (?)meter onder het maaiveld.
In de omgeving vooral droge struiken met gevaarlijke, lange scherpe doornen, in de verte zagen we enkele kleine Masaai nederzettingen.
In een zwavelhoudende bron in de buurt genoten een aantal volwassenen en kinderen van het warme water, waarnaast gelijk de kleding werd gewassen.
Langs de bewaking van de dam reden we terug naar het dorp waar we het meer nog bezochten. In verband met afnemend visbestand was het verboden te vissen, dus stapt men bij zonsondergang in de boot.
Vrouwen wasten hun kinderen en deden de afwas aan de oever van het meer. We zagen mensen in het dorp eten koken, vis roken, en zich ogenschijnlijk zeer relaxed voorbereiden op de komende nacht.
Maar we zagen ook de ongelofelijke hoeveelheid verspreid liggend plastic afval.
De naam “huis van God” sprak voor zich, met de snel ondergaande zon over het landschap, en op de terugweg was het stil in de bus.
Corruptie leeft overal ter wereld, maar Afrika schijnt er extra berucht om te zijn.
Het is een publiek geheim dat het Elephant motel in bezit is van een secretaris van het bisdom. Op zich zegt dit nog niets over corruptie, maar men praat er niet graag over.
Het is voor ons niet te doorzien welke belangen hier al dan niet spelen.
Bij ons vertrek waarschuwde Norbert nog dat bij het versturen van goederen naar Tanzania, van essentieel belang is op welke wijze dit gebeurt, en kosten/baten goed zijn afgewogen.
Dit om te voorkomen dat bij de ontvangst hoge kosten moeten worden bijbetaald, waardoor de totale kosten zelfs grenzen aan de nieuwwaarde van het goed in Tanzania!!
Woensdag 9 juli; Same – Moshi
Om 9.30 vertrek uit Same. Norbert brengt ons naar Moshi.
We zien nog even iets van het “centrum”van Same (16.000 inwoners). Veel kleine shops en aanbod van allerlei artikelen en etenswaren.
Onderweg stoppen we voor een ontmoeting met Jan Bosman. Die is een pater van de Heilige Geest en al sinds ’65 in Tanzania.
Allerlei soorten opbouwwerk gedaan. “Dat moet samen met de mensen zelf; dat kan lang duren maar is de enige goede methode “
“De missionarissen (Witte paters, paters H.Geest) hebben vanaf het begin gewerkt aan gezondheidszorg en onderwijs; niet zozeer preken en zieltjes winnen. We kwamen vlak na de onafhankelijkheid en de blanke stond er niet zo goed op. Een pater is wat anders dan een blanke, beter geaccepteerd. Landbouw en veeteelt belangrijk voor het land, maar de overheid doet er te weinig aan.”:
Bosman is ook bezig met biogas en solar (is erg duur). Ook contacten met vrouwen van de lokale Graalbeweging.
We zijn daarna doorgereden naar het Lutherse Uhuru Motel in Moshi. We hebben de (nog besneeuwde) Kilimanjaro in zicht en de omgeving wordt duidelijk groener. Veel goede mais, bonen en fruit langs de weg.
Ingeboekt en na de lunch naar het centrum, de Diocesan bookshop en de kathedraal.
Daarna afscheid van Norbert
Donderdag 10 juli
Het heeft geregend en het is bewolkt. Om 8.00 breakfast-buffet. De ochtend is voor vrije besteding. Internetverbinding is moeizaam. Om 12.00 uur lunch en om 14.00 taxi naar de Graal-Sisters (Grail Rau). We worden hartelijk ontvangen door Sr. Imelda. “Karibu Karibu”.
Piet vertelt over onze reis en er volgt een voorstelrondje en, zoals op veel plaatsen, vullen we het gastenboek in.
Sr. Imelda vertelt vervolgens over hun werk: “Training women-awareness.”
Workshops:
- women-rights
- family-matters
- health
- craft (for income)
Development of women en women-leaders.
Er is een Kindergarten—65 kinderen- Montessori.
Opleiding meisjes gedurende 2 à 3 jaar:
• tailoring/sewing/knitting (met breimachines)
• cooking/catering
• computer
• training om zelf business te starten. B.v. cooking /catering: Men koopt waren, die (door vrouwen) ’s morgens naar de stad worden gebracht. Die worden verwerkt en weer verkocht.
Zo’n verkoopplek van eten langs de straat wordt een “Mama lishe”genoemd. Ze zijn overal te vinden, tussen alle andere straathandel en winkeltjes.
Veel vrouwen beginnen zo een kleine business. Het gebruik van leningen (100.000 – 200.000 Tsh., = 60- 120 euro) is sterk in opkomst. Imelda : “Microkrediet, er wordt overal over gepraat”.
De kleine leningen worden verstrekt door NGO’s- alleen aan vrouwen. Die controleren de gezins-economie en hebben geld en besteden dit aan het gezin. (de mannen niet of minder).
Rol van de vrouw verandert sterk. “The message has come through!! “
Voorbeeld: Ervaring van sr. Imelda bij een workshop omgeving Same: Het onderwerp was Water en de bespreking werd gevoerd in een cirkel. De vrouwen hadden moeite om met de mannen samen in een cirkel te zitten en zaten eerst stil achteraan.
Na enige tijd kwamen er toch reacties van vrouwen en veel meer terzake!. Het vervolg was dan ook met de vrouwen.
Imelda was t.b.v. een Graal-conferentie in Ghana en zag daar, tot haar verbazing, vrouwen vis verkopen. Nu maakt ze ook jonge vrouwen hier mee, die niet als hun moeder willen, maar “big-business woman” willen zijn.
Financiering van hun werk deels door Ned. Melanie stichting, o.a. machines en recent voor een fence (om bomen te beschermen tegen vee van de omgeving).
De Kilimanjaro-regio is meer welvarend dan veel andere regio’s:
- koffie
- water/regen
- cash-crops
Andere regio’s zijn meer weersafhankelijk en droog en verbouwen vooral mais. Dat is eenzijdig en geen cash.
Tot slot kregen we een rondleiding door de school. Sr. Lucy erbij, de computer-docente.
In één van de lokalen troffen we enkele jonge vrouwen, werkend met de breimachines, zoals die vroeger ook wel in Nederland een tijd gebruikt werden.
Adres: The Grail Rau, P.O. Box 1127, Moshi. e-mail: e-grailrau@elet.org
Vrijdag 11 juli: Koffietoer
9.30. Busje naar Kahowa Shamba Coffeetour. Lokatie: Uru-Msumi. Vanuit Moshi bergop naar plm. 1700 meter. Excursie naar koffie-boeren van de KNCU (Kilimanjaro Native Cooperative Union).
Georganiseerd sinds 2005 als extra inkomen voor deze kleine boeren.
Het hele gebied, waar we door rijden, is bewoond en in cultuur. Veel mais, hogerop bananen en koffie. Er zijn 67 “primary societies”aangesloten; Wij gaan naar één van de drie in dit gebied. Het zijn Chagga people. 1000 farmers. De boeren krijgen een voorschot en later de eindopbrengst betaald.
We worden ontvangen op hun centrum voor de bezoekers, deels nog in aanbouw. Het staat heel mooi op een hoog punt en met een keurige tuin en grasveld voor kampeerders eromheen.
Er zijn plannen voor uitbreiden met een verblijfsruimte, restaurant en shop. Dat wordt gerund door de vrouwengroep. Ook de bouw van een secondary school staat op het programma.
Het terrein van het centrum is aangeboden door de farmers.
Fondsen o.a. van GDF (Green Dev. Fund), SADAWEE en KNCU.
Er zijn 9 boeren, die als gids zijn geïnstrueerd (moeten Engels spreken) en die het hele proces van koffie plukken tot drinken tonen op een simpele manier.
De hier geteelde soort is Arabica, die goed groeit in de schaduw (van bananen).
De bonen gaan, zonder tussenkomst van anderen, naar de cooperatie en KNCU.
Er wordt organisch gewerkt en ze krijgen een hogere prijs, dan boeren, die kunstmest gebruiken(nu: 2200 Tsh/kg tegen 1900 Tsh/kg.)
De laatste jaren zijn de prijzen hoger en daardoor komen er meer boeren, die koffie gaan verbouwen, ook organisch. Gebruik van mest (enkele koeien) en plantmateriaal. Veel aandacht voor tegengaan van erosie en behoud van water.
De koffieplant is max. 40 jaar bruikbaar. De coöperatie heeft een eigen, centrale plantkwekerij. Van zaad tot plantje voor de farm duurt 9 maanden. Dan plm. 3 jaar tot bloei en nog 9 maanden tot rijpe koffie. Oogst in september/oktober.
Onze gids Heromini Kessy (met badge) heeft een “farm’ van 1½ acre (plm. 0,5 HA met koffie, bananen, groente (plus 1 koe).
Een goede oogst: 300 kg. (= plm. 700.000 Tsh./ 400 Euro/jaar)
We maakten met de gids een lange maar mooie wandeling naar rijpe koffie (die was er dus nog weinig en ver weg). Onderweg langs een school en Luthers kerkje.
We konden zelf plukken, stampen, door het molentje en het verdere proces tot de koffie kon worden gezet en geproefd!! Tussen de koffiestruiken onder de bananen verbouwde men ook nog boontjes.
We liepen hier door een heel ander gebied, mooi groen met overal huisjes en allerlei bloemen.
Stromend water vanaf een bron, die zorgvuldig wordt beheerd. Men kan om beurten water aftappen nadat men dat vooraf heeft gemeld en is goedgekeurd.
Terug en een maal met rijst, aubergine, yam, vlees en groente. Vooraf bananensoep. Afscheid van de vriendelijke gids (vooraf: ”ik ga weinig praten en veel laten zien”, maar dat viel mee) en retour hotel. Weer een boeiende dag.
Zaterdag 12 juli: Bezoek aan MUHA en reis naar Arusha
Bezoek aan MUHA (Moshi Rural Horticultural Association). Maken van de afspraak verliep moeizaam.
De program-coördinator mrs. Agenta Shayo heet ons welkom in haar kantoortje.
Verder aanwezig mr. Samba (horticulturalist) en mr. Suleiman Mushi (economist en volunteer) plus 2 studenten van de Universiteit Utrecht (medical en social science), die hier voor een korte stage zijn.
Agenta vertelt kort de start en ontwikkeling van de organisatie. Non-profit en non-governemental.
Personeel 11 personen. Alleen Agenta is deels betaald door het government. En ze kunnen soms goverment medewerkers inschakelen.
Grootste problemen:
- >malnutrition/public health
- kinderen < 5 jaar
- zwangere vrouwen
- water!!!
In ’94 is een survey gedaan en kwam MUHA tot strategic intervention.
Start via community-leaders en dan vervolgens door demonstratie!
Er is nu training in:
- household gardening
- livestock
- small business.
Verder zorg voor wezen van aids/HIV-ouders en een Kindergarten. De kinderen worden elke 3 maanden gecontroleerd op gewicht, e.d.
Ze proberen ook jongeren, die na prim.school geen vervolgopleiding krijgen, op te vangen en te trainen in landbouw en nutrition. Ze krijgen daarmee meer kans op werk of om zelf iets te beginnen; een onderdeel dus van armoede bestrijding.
De steun van Mensen in Nood, later Cordaid is gestopt. Nog wel steun van het Nederlandse FEMI.
Van onze kant wordt benadrukt dat Wederzijds geen fondsenwerver is. De Tanzania-werkgroep kan evt. wel via contacten donororganisaties attent maken op MUHA.
Een kredietaanvraag van MUHA bij een lokale NGO is niet gehonoreerd (“We hebben alle formulieren ingevuld “)
Er volgt een, vanwege de tijd korte, rondleiding:
- klaslokaal en verkoop nutrition-produkten
- voorbeeld-oven (gesloten, houtsparend)
- mushroom-telen
- demonstratie-groentetuin (andijvie, Chin. Kool, ocra, egg-plant, bonen, etc.), organ. teelt.
- demo-WC
- kippen in ren/hok
- mest van vee
Er was eerst een demo-visvijver, maar nu buiten gebruik vanwege het dure water!
De demonstratie-groententuin
Buiten het gebouw bekijken we de vierkookpotten waarbij er weinig verlies aan warmte is. Deze zijn als voorbeeld om na te bouwen Hierdoor hoeft er minder brandhout verzameld en gebruikt te worden. Helaas hing er aan de achterkant van het gebouw een elektriciteitsdoos die er onveilig los bij hing.
Agenta wil graag een waterput bouwen bij de tuinen welke we niet kunnen bezoeken, ons schema staat vast. De prijs van zo’n put komt op 720.000,- Tsh. En een toilet Tsh 250.000,-Dat is 150 euro kant en klaar gebouwd. Er zit dan plastic in de put zodat de afvalstoffen sneller afbreken.
Na het afscheid van mrs. Agenta nam mrs. Kiwara ons mee naar haar rosella- (hebiscus)tuin en haar huis
Ze vertelde over de vele toepassingen van rosella: je kunt er thee van trekken, wijn van maken, uit de wortels kun je cognac maken. Van de pitten maakt ze olie. Bij gebrek aan kurken, bottelt ze de rosella wijn met kracht en kroonkurken in bierflesjes. De struik waar de rosella aan groeit is een vorm van hibiscus. De wijn wordt geneeskrachtige waarde toegeschreven, tegen te hoge bloeddruk, slapeloosheid en goed voor HIVpatienten.
Mrs. Kiwara, samen met enkele andere vrouwen, maakt alles verkoopklaar.
Een sterke, hartelijke, ondernemende vrouw.!! Ex-onderwijzeres, kinderen deels in Finland, Zweden, Engeland. Trots op (nieuwe) kleinkind (eren).
Adres: Mama Albina Kiwara, Box 10125, Mushi.
Lunch in Uhuru-hotel en transfer met een auto van het Hotel naar Arusha. Guesthouse van de “Pallotijnen”-paters. Gastheer is father Mwende.
Zondag 13 juli 2008: Arusha
Het Guesthouse van de Palottine fathers ligt even buiten de stad, in Njiro. Het is een seminarie waar jongeren opgeleid worden tot priester. De studenten hebben vakantie en zijn naar huis, zodat er enkele kamers voor verhuur beschikbaar zijn. In de gezamenlijke huiskamer is televisie en video aanwezig waar de jonge priesters graag naar kijken.
Het is zondag en we gaan samen naar de mis in de nabijgelegen katholieke kerk. De Engelstalige mis van 9.00 uur was nog niet afgelopen toen we om 10.15 uur aankwamen. Dat gaf gelegenheid om te kijken hoe men zich mooi aankleedde voor de zondag en bekeken te worden. Ook hier zijner kinderen die in een kindernevendienst naast de kerk het evangelie uitgelegd krijgen. Een klein jongetje gaat met een groot bijbelboek samen met zijn moeder de kerk in. Van verre komen mensen met auto’s en busjes, maar ook velen komen net als wij te voet. We genoten van de mooie gezangen waarbij dansbewegingen gemaakt worden. Bij de aanvang van een lied werd hoog gefloten door de vrouwen. Zes jongens assisteerden de pastor en naast de priester was er ook een vrouwelijke lector. Iedereen ging naar voor de offerande, die vaak met de hand ervoor in het offerblok gestopt werd. De communie werd uitgereikt door de priester en door een zuster in het grijs.
We gebruiken de warme lunch weer bij de Pallotine fathers en zoeken het Cultural heritage museum op maar dat was zondags om deze tijd dicht. Daarna gaan we naar het “Arusha declaration” museum. Het museum laat het een en ander zien van de geschiedenis van Tanzania.
Nadat de Eerste Wereldoorlog, die ook Afrika niet voorbijging, een einde maakte aan het Duitse bewind, kwam Tanganyika onder Brits mandaat. Geleidelijk ontwikkelen de Afrikaanse landen zich van kolonie naar zelfbestuur en onafhankelijkheid. In 1959 reisde Nyerere naar New York om met succes de onafhankelijkheid te bepleiten.
Julius Nyerere wordt in 1961 president met TANU (Tanganyka African National Union) als regerende partij. In 1964 worden Tanganyka en Zanzibar samengevoegd. Wat nog steeds een roep om zelfstandigheid vanuit Zanzibar geeft, het is een verstandshuwelijk.
Op 5 februari 1967 werd de Arusha Declaration bekend gemaakt, waarin een socialistische staat met een één leider politiek aan ten grondslag ligt. De vier voornaamste pijlers van Nyereres politiek waren de spreiding van kennis, macht en inkomen, het familiesocialisme (‘ujamaa’), politieke rust en het vertrouwen op eigen kracht .De nationale rijkdom de landbouwgrond wordt eigendom van de staat. De Arusha declaratie de basis van de beleidsrichtlijnen in de daaropvolgende jaren. De dag erna worden buitenlandse banken, verzekeringsagentschappen, groothandel- en exportondernemingen, van goederenindustrie, plantagebedrijven en fabrieken genationaliseerd. Zijn ujamaa politiek betekende ook een, eerst vrijwillige, maar later gedwongen vorming van dorpen, weg van de vroegere losstaande huizen en bedrijfjes, mensen moesten binnen een dorpskern samenwerken. Helaas lukte dat niet overal. Nyerere blijft 24 jaar aan de macht, op vele overheidskantoren en scholen hangt zijn portret.
In het museum vonden we voorts ook informatie over de verschillende stammen,
De vlag van de nieuwe natie werd samen met de toorts naar de top van de Kilimamjaro gebracht. In 1973 verkreeg het museum de toorts die ieder jaar door het land gaat. In oktober 2002, drie jaar na het overlijden van Nyerere verklaart de derde president de 14e oktober tot herdenkingsdag van de geliefde staatsman(1962-1985).
14 juli: Arusha, Bezoek aan Batik shop en Child in the Sky.
Na het ontbijt vertrekken we naar het centrum van de stad, naar het winkeltje van Mr.Kirita
waar we verwelkomd worden door Mr. E. Kirita en zijn vrouw Mary. De organisatie die zij opgezet hebben heet K.A.M. ArtWork. Vandaar rijden we naar een van de buitenwijken waar ze hun atelier hebben. We worden verwelkomd in het atelier waar de tekeningen voor de batikkunstwerken overgebracht worden. De techniek van het batikken is vanuit Indonesië overgebracht naar Noord-Afrika, Arabië, waarna het via Kenia in Tanzania terecht kwam. Mr. en Mrs Kirita zijn ook van oorsprong Indische zakenmensen waarvan de handel floreert in Tanzania. Na de uitleg hoe een batik “kunst”werk tot stand komt, mogen we zelf aan de slag.
Er zijn twaalf mensen in dienst die een creatieve en educatieve aanleg hebben. Zeer geduldig werden we geholpen bij het maken op kleur van ons schilderwerkje. Iedere keer weer werd een andere kleur aangebracht die met de föhn gedroogd werd. Normaal komen de doeken aan de waslijn te hangen, zodat een artiest aan meerdere stukken tegelijk werkt. Binnen de omheining van het bedrijf aan de Boma Road werd een koe en een varken gehouden, ook was er een mini winkeltje waar werknemers wat voedsel konden kopen.
Aan de Nederlandse alternatieve handelsorganisatie Amandla hadden zij een goede afnemer van de producten, maar sinds deze een nieuwe eigenaar heeft stagneert de handel. Zij hopen op nieuwe afzetkanalen. Enkele prachtige kleurige doeken wisselen deze ochtend van eigenaar.
Terwijl we hierna door de stad rijden, worden we gewezen op het grote gebouw waar het Rwanda tribunaal gevestigd is. Nadat we deze middag een bezoek hebben gebracht aan het Cultural Heritage Center, waar de artikelen van hoge kwaliteit zijn, maar de prijzen ook hoog zijn, gaan we naar het in 2003 opgerichte straatkinderenproject “Child in the Sky”.
De Watoto Foundation is een particuliere stichting welke straatkinderen een betere toekomst wil bieden. Elk straatkind is welkom met welke achtergronden, uit welke Tanzaniaanse provincie ook. De kinderen leren meerdere ambachten, die ze in hun latere leven kunnen gebruiken om een betere toekomst tegemoet te gaan. De opzet is om de straatkinderen van 11 tot 15 jaar weer te herenigen met hun familie.
Onze reisleider Piet Buijsogge is zelf werkzaam geweest bij Child in the Sun, de organisatie voor straatkinderen welke opgezet is door een witte pater vanuit het aartsbisdom van Dar es Salaam. Hij kent Noud nog van de tijd dat hij daar manager was.
STRAATKINDEREN
Veel straatkinderen leven van jongs af aan in de straten van grote steden. Ze hebben hun eigen strategie ontwikkeld om te overleven. De jongens zijn vaak verslaafd aan drugs, snuiven lijm of liegen alsof het gedrukt staat, zijn soms crimineel. De jongens gaan niet naar school, wat betekent dat ze analfabeet zijn.
Ook een goede structurele dagindeling ontbreekt. Daarom is deze binnen het project zeer streng. Na het ontbijt gaan ze naar de ontmoetingsplaats en wordt er teruggeblikt op wat er de vorige nacht en avond gebeurd is. Daarna volgen de lessen en wordt er om 12.30 geluncht.
’s Middags volgen de praktische lessen, houtbewerking, lassen, metaalbewerking, koken en land en tuinbouw. Ook is er een opleiding tot automonteur of fietsenmaker. Na de sport wordt er in de tuin gewerkt, maar als om half vijf de bel gaat wordt er onmiddellijk gestopt. Tot het avondeten is er tijd om te douchen, huiswerk te maken, TV.of video kijken en spelletjes te doen.
Scholing en vorming
Er is een team van 21 leerkrachten die samen met sociaal werkers de kinderen begeleid. In enkele jaren tijd zijn er verschillende huisjes gebouwd waar 8 kinderen wonen. Op dit moment zijn er 29 kinderen. Voor ieder kind wordt er een stageplaats gezocht en gevonden waar de jongen 6 maanden stage loopt, zonder verdiensten. Ze worden zo aan een baan geholpen. De Watoto foundation krijgt ook vaak de vraag van bedrijven om personeel. Ieder heeft z’n eigen bed en kastje. Doordat Noud ervaring heeft met een kostschool, zijn de douches zo gebouwd dat ze elkaar niet lastig kunnen vallen.
Eerst worden de jongens opgevangen in een centrum in de stad Arusha. De Watoto foundation is opgezet op een oude koffieplantage. Er worden verschillende gewassen verbouwd. Sinds de prijs van de koffie weer is gestegen denkt de leiding erover om weer bananen en koffiestruiken te planten. Bij het bouwen van huizen of anderszins denkt een Tanzaniaan nog wel eens: waarom recht, krom kan toch ook? Wij Europeanen houden er strakkere regels op na.
We gaan met een goed gevoel weer terug naar ons logeeradres, maar onze chauffeur is zuinig op de diesel en wil niet de door Noud aanbevolen langere maar betere weg nemen.
Dinsdag 15 juli: Safari door het Tarangire National Park en verdere reis naar Seloto
Met enige vertraging worden we opgehaald door een Safariauto en vertrekken we naar het Tarangire park. De tocht door het park geeft de gelegenheid om heel wat verschillende soorten dieren te zien en te fotograferen. We zagen zelfs een leeuw zijn prooi verslepen en, wat uiterst zeldzaam is, een luipaard. Omdat onze chauffeur de streek goed kende hebben we langs een achteruitgang het park verlaten. Dit maakte de weg naar Babati en verder naar Seloto een stuk korter, zodat we daar nog voor het donker aankwamen, eerder dan Walther de Nijs, onze gastheer, had verwacht. Maar het mobieltje maakte het mogelijk snel contact met hem op te nemen. Hij was snel aanwezig en wij worden vriendelijk en behulpzaam ontvangen. Walther wijst ons dan de weg naar en in ons guesthouse, en helpt ons hier installeren. De kamers liggen met de toiletten en douches/wasbakken rondom een binnenplaats. Een gewezen olievat boven een op gezette tijden aangestoken vuur, vormt een dampende warmwatervoorraad. De aanwezige douche-koppen doen het niet meer: met een teil warm water uit het vat ga je naar de douche, om met een bakje het aangenaam warme water over je heen te gieten.
De kamers worden met een piepklein hangslotje afgesloten, maar ook hier is bewaking alert.
Woensdag 16 en donderdag 17 juli, Seloto: Bezoek aan LISO
Seloto ligt ongeveer 200 km ten zuidwesten van Arusha en ca. 30 km van de provinciehoofdstad Babati, waar het asfalt ophoudt. Stof verspreidt zich wel 15 meter aan beide zijden van de weg, en alles wat daar staat en leeft krijgt een egaal roodbruine kleur. Ik vraag me af wat dit stof doet met longen, en hoe de was hier toch weer wit wordt.
Het regende er voldoende, waardoor de bergen fris groen begroeid zien.
Op een hoogte van 1700 tot 2600 meter is het hier behoorlijk koud in juli, de wintertijd in Tanzania. Desondanks zijn de huizen niet anders dan in warmere delen van Afrika. Verwarming is hier onbekend, niet elk dorp beschikt over elektriciteit, veel huizen hebben geen water. We zien veel mensen gehuld in de prachtige rode, paarse en blauwe geruite soepele dekens, die we kennen van de Maasai.
De plaatselijke bevolking bestaat echter uit de Iraqw stam, die zijn verre oorsprong kent in Somalie. De huidige Iraqw spreken hier nog steeds de eigen taal, die niet behoort tot de Bantutalen, ook al werd Kiswahili door Nyerere de nationale taal van Tanzania.
Kinderen van 4 of 5 jaar oud die Engelstalig Missie-onderwijs gaan volgen, leren dan vaak al hun derde taal. Omdat dit meestal in internaatsverband gebeurt, gaat hun kennis van Iraqw er op achteruit.
Zowel rijk als arm zijn vertegenwoordigd in de regio: een ondernemer die we onderweg tegenkwamen, vliegt voor zaken regelmatig naar Dubai. Maar het werkloosheidcijfer is groot en intensief alcoholgebruik beperkt het functioneren van veel mensen.
Op woensdagmorgen gaat Walther met ons mee voor het ontbijt naar een eethuisje. We genieten van de plaatselijke gekruide oliebolletjes, die in royale porties ook in een krant-gevouwen-als-puntzak worden verkocht om mee te nemen; en heerlijke chapati’s (een soort pannenkoeken). Het is een genoegen om het vriendelijke familiebedrijfje op de veranda-keuken voor het restaurant in actie te zien.
Walther weet ook de beste cateraars te vinden, en wij zullen hier dankzij zijn goede zorgen geen moment hongerig zijn. Hij vertelt ons dat in deze regio wel een voedseltekort bestaat.
Walther is 14 jaar geleden uitgezonden naar deze regio, en getrouwd met zijn toenmalige collega Rosalia.
Hij werkt voor LISO: Local Initiatives Support Organisation. Deze heeft een lokaal bestuur bestaande uit 9 personen en wordt in Nederland ondersteund door Walthers vader.
LISO is een NGO: non governmental organisation; en is niet religieus gebonden.
We maakten kennis met de voorzitter, dokter Sanka, werkzaam in het plaatselijke ziekenhuis. Walther is vice voorzitter/secretaris. Het LISO-bestuur heeft als 1e prioriteit: verbetering van de kwaliteit van onderwijs en de toegang ertoe. Met gezondheidszorg als een soort spontaan daaruit voortvloeiende tweede, denk aan preventie middels voorlichting.
Dokter Sanka is een vriendelijke, joviale man die enthousiast “met zijn handen” praat. Walther vult hem dan perfect aan: het heeft iets van een vrolijk-jongleer-duo, met handen en armen in plaats van kegels.
Onze eerste bezoek is aan een groep van ca. 20 leerkrachten en politici, betrokken bij het toekomstige Teachers Resources Center (TRC) in aanbouw, in Bashanet. Het bevindt zich centraal tussen een aantal scholen waar deze leerkrachten werken, ca. 2600 meter hoog in de bergen.
In het nog ruw stenen gebouw zonder vloer, kozijnen, glas, of deuren wachten zij op ons. Onder hen een deeltijd collega van Walther, tevens leerkracht: Marcelli Basso, door wie het initiatief tot dit centrum is ontstaan.
Het plan begon met de vraag om boeken voor de leerkrachten, maar is in samenspraak met betrokkenen uitgegroeid tot een totaalplan voor verbetering van het onderwijs in de regio.
Sinds 2004 zijn gezamenlijke wensen en ideeën gevorderd tot o.a. het huidige casco met een half dak erop. Wat er staat is in ieder geval aardbevingbestendig.
Het salaris van een leerkracht, die meestal minimaal is opgeleid, is ontoereikend. De meeste leraren moeten er iets bij doen om van te kunnen leven.
Meestal hebben zij de zorg voor een gezin, en zijn ze slecht gehuisvest. Het weer in deze regio veroorzaakt relatief hoog ziekteverzuim. Gecombineerd met het huidige lerarentekort is de werkdruk extra groot. Toch opteren zij voor de extra inspanning zichzelf te scholen, om beter geoutilleerd te zijn voor hun werk en door bijscholing en daarmee hogere certificatie hun inkomen te verbeteren.
E bestaat grote uitval van leerlingen in het onderwijs, o.a. zwangere meisjes (lager onderwijs wordt gevolgd van 7-14 jaar). Op 25% van de scholen is geen water in of nabij de school beschikbaar. Hierdoor kan bijv. een meisje zich tijdens menstruatie niet reinigen; zij verzuimt daardoor. Verzuim is er ook als het werk van een zieke of om andere reden uitgevallen ouder moet worden overgenomen. Ziekte velt ook leerlingen en gewoon spijbelen gebeurt ook, vooral door jongens. Straf op verzuim maakt terugkeer naar school nog moeilijker.
In het verleden is gebleken dat aanbod van sport en muziek op school het schoolbezoek stimuleert, omdat het veel leerlingen meer plezier op school biedt. Om deze reden wil LISO gebruik van sport en muziek in het onderwijs dan ook bevorderen.
Verantwoordelijke voor lager onderwijs is de overheid, maar de Missie geeft ook betaald- lager onderwijs in de regio. Volgens Walther kunnen de ouders het lesgeld regelmatig niet opbrengen, dit heeft tot gevolg dat de leerkracht nog minder salaris ontvangt.
Voor gehandicapte kinderen begint wat differentiatie te komen, maar er wordt onvoldoende of helemaal niet voorzien in de nodige aangepaste leermiddelen of training van de leerkrachten.
Voor uitgebreide beschrijving van het onderwijs in deze regio verwijs ik naar het informatieve onderzoeksrapport op de site www.liso-tanzania.nl :
Primary education strategies voor Bashanet division, improving the quality of education and its accessibility, results of the 2008 baseline survey. May 2008.
Een indrukwekkend rapport, dat door Walther en Marcelli is gemaakt omdat er nog geen inventariserend onderzoek was gedaan naar onderwijsgerelateerde zaken in de regio.
De Tanzaniaanse overheid houdt wel redelijk veel statistieken bij (zie de LISO-site).
De verdienste van het LISO rapport is dat door de overheid verzamelde statistische gegevens van een interpretatie zijn voorzien. Hiermee zijn verschillen aangetoond in de regio, en is de vraag gesteld hoe deze kunnen bestaan.
Het rapport heeft in ieder geval geleid tot de toezegging en al gedeeltelijk realisatie van uitbreiding van het lerarenkorps. Ook is onderzoek toegezegd naar (strafbaar) schoolverzuim.
Nagedacht wordt over een verplichte toeleidingsklas voor het lager onderwijs.
Het is koud en tochtig in het nog niet afgebouwde TRC.
We kruipen diep in onze doeken, jassen en truien en zijn blij met de verwarmende thee en chapati’s die Walther heeft laten aanrukken. Later zal er nog een geweldige warme lunch worden verzorgd, die we heerlijk op zijn Tanzaniaans met de rechterhand mochten eten, maar op verzoek werd ook bestek geregeld.
Tijdens de rondleiding door het TRC gebouw en tijdens de lunch ontstaan spontaan diverse gesprekken in kleine groepjes, waarbij de leraren zeer geïnteresseerd zijn in onderwijs en diverse aspecten van het leven in Nederland.
Bedoeling van het TRC is dat het gebouw praktisch wordt gebruikt voor (bij)scholing van de leerkrachten van een aantal lagere scholen in de omgeving, een bibliotheek waar ook leerlingen gebruik van kunnen maken, eventueel met computers. Daarnaast is het bedoeld voor maatschappelijk relevante bijeenkomsten. Dat hier behoefte aan bestaat maakt het kleumende lerarenkorps ons goed duidelijk. De aanwezige plaatselijke politici ondersteunen deze wens. Zij stellen dat Nyerere armoede, onwetendheid en ziekte de grootste vijanden van een volk noemde, en dat deze na 45 jaar zelfstandigheid in Tanzania nog steeds bestaan.
Zij hechten aan de stimulans die uitgaat van het TRC om het onderwijs en de situatie van leraren en leerlingen te verbeteren. De vraag blijft… waar moet het hiervoor nodige geld vandaan komen?
Walther wil zich zoveel mogelijk terugtrekken uit de voorwaardenscheppende werkzaamheden voor het primair onderwijs, om tijd vrij te maken voor verdieping van de missie: meer inhoudelijke analyse. Er is nog geen literatuurstudie over het onderwijs gedaan omdat er eenvoudigweg niets te vinden was. Hij heeft recent contact gelegd met de open universiteit in Tanzania.
Alle aanwezigen zijn blij met het werk dat door LISO wordt verricht in de regio.
Maar Walther vertelt ons later ook dat er binnen de regio, voor LISO belangrijke mensen zijn die niet begrijpen of niet waarderen waar LISO mee bezig is.
Dit betrekken zij soms persoonlijk op Walther en zij kunnen hem dwarsbomen.
Als blanke wordt hij ook gezien als rijk, en is alles wat hij onder zijn naam regelt duurder. Om deze reden is de elektriciteits-aanvraag van het LISO kantoor ondertekend door Rosalia. Walther vertelt ook over persoonlijke tegenwerking aan zijn adres in de vorm van corruptie, dreigementen, en gebruikmaking van traditionele Afrikaanse godsdiensten.
Even verderop in Bashanet wacht ons een hartverwarmende ontvangst met zang en dans door een dertigtal vrouwen: HARAKATI.
De voorzitster memoreert dat er sinds 2006 contact bestaat van een aantal vrouwen uit Bashanet met LISO, die toen voor meubilair voor de lagere school in Bashanet had gezorgd.
Zij houdt de informatie in balans, en somt tevens op welke geschenken de directeur van LISO als dank hiervoor heeft ontvangen.
Uit dit contact is meer gegroeid, want op 8 januari 2007 gaf Walther het officiële startsein voor vrouwengroep HARAKATI. Voor hun bijeenkomsten maken zij gebruik van een kerkje.
Zij wensen een eigen kantoor op te richten, en hopen op hulp van LISO (en van ons) bij het verkrijgen van een stuk land bij het dorp om meer bomen te kunnen planten. Ze planten nu Eucalyptusbomen voor brandhout en hebben ook behoefte aan fruitbomen. Het dorp ligt bovenop een berg en het is er vrij kaal, brandhout moet (door vrouwen) nu worden gehaald bij het zoutmeer, naar schatting een kilometer of 10 verder, onderaan de berg.
HARAKATI heeft bijgedragen aan een seminar over hiv/aids en vrouwenbesnijdenis. Dit gebeurde op verzoek van het ziekenhuis en werd georganiseerd door LISO. Hierbij is aan het hele dorp informatie gegeven over aids en de wettelijk verboden vrouwenbesnijdenis. De vrouwengroep heeft toen gezongen over deze onderwerpen, een gezongen boodschap spreekt de mensen hier meer aan.
HARAKATI werkt ook samen met een groep mensen met hiv in Dareda.
In 2007 is de groep ook getraind in het verzorgen van bomen en sindsdien hebben de vrouwen al heel wat Eukalyptusbomen in het dorp geplant.
De vrouwen helpen elkaar onderling.
We werden getrakteerd op traditionele Iraqw zang en dansen, die zelden worden getoond.
De voorzitster houdt zich volgens Walther nog sterk “aan hem vast”, er is hem veel aan gelegen om de dames op eigen benen te krijgen.
Nadat we weer afscheid hebben genomen, lopen we met Walther nog een klein stukje door het dorp. Hij betaalt de cateraarster.
Terug in Lesoto biedt Walther ook een korte rondgang door het dorp aan. We lopen buiten schooltijd langs de middelbare school: zonder deur in het scheikundelokaal.
Een aanwezige bewaker maakt dat de tafels en stoelen blijven staan. Walther vertelt dat het gebrek aan leermiddelen ondermeer betekent dat er geen scheikunde instrumenten zijn. Maar de leerlingen moeten wel verplichte scheikundetesten doen voor hun examen….?!
Iets verderop bezoeken we Rosalia en collega’s in haar stoffenzaak. Walther vertelt dat de teksten op de kanga’s (doeken met teksten, dameskleding) variëren van dankbetuiging voor de barmhartigheid van God tot vinnige, corrigerende teksten over roddel e.d.
De volgende dag brengen we door op het LISO kantoor. We maken kennis met computer docente Josephine, chauffeur/monteur/tuinverzorger/bewaker Blassie, tuinverzorgster/ bewaker Consolata, tevens vriendin van Rosalia. Een derde bewaker komt even langsfietsen omdat hij Walther wil spreken. Bewaking is ook voor het LISO kantoor onontbeerlijk.
In het computerlokaal staan een stuk of 10 computers, waarmee Josephine o.a. medewerkers van het ziekenhuis les geeft in Windows, Word, Excel, PowerPoint, Internet.
Voor dit doel staat er een kostbare satellietschotel achter het kantoor, die per maand wel 210 dollar huur kost. Omdat sommige leerlingen misbruik maakten van sekssites liepen de kosten behoorlijk op….
Ander probleem is dat het elektriciteitsnet forse voltage-uitschieters kent, zowel naar boven als beneden, waardoor apparatuur doorbrandt. In de toekomst hoopt Walther over te kunnen gaan op zonne-energie.
Achter het kantoor ligt de boomkwekerij. Hier worden stekken van diverse soorten bomen verkocht. Het geheel staat er uitstekend verzorgd bij. Geen vruchtenzaadje wordt door Consolata weggegooid en zij toont ons haar experimenten met zaden van bomen uit het bos.
Op 19 maart 2008 is uit een eerder bestaande aids vrouwengroep door 4 leden de nieuwe groep APLIWA geformeerd: Arri People Living With Aids. Arri is een dorp in de regio.
APLIWA staat voor emancipatie van mensen met aids, streven naar openheid en vooral preventie door voorlichting over deze ziektes en snelle diagnostiek.
We gebruiken de lunch samen met 4 vrouwen van APLIWA. De groep telt inmiddels 9 vrouwen.
APLIWA heeft besloten dat Walther hun beschermheer moet zijn.
Op de vraag of er ook mannen aan APLIWA kunnen deelnemen, antwoordt voorzitster Selmi dat het in Afrika de vrouwen zijn die voorop lopen.
In andere dorpen hebben deze groepen al wel 2 of 3 mannelijke leden.
De groep breidt zich uit omdat ze elkaar tegenkomen bij het ophalen van retrovirale medicijnen, elke maand. De medicatie wordt steeds ingesteld op basis van een test hoe hoog de weerstand is.
Het lid worden van de groep betekent ook dat je uit de anonimiteit stapt. Op de vraag wat hiervan het voordeel is, krijgen we het antwoord dat hiermee andere mensen geholpen worden zich te kunnen beschermen tegen aids. De verspreidingssnelheid neemt af. Mensen komen bij de groepsleden om raad vragen, en worden vaak sneller gediagnosticeerd: voordat ze heel erg ziek zijn.
Bij een van vrouwen was tijdens haar zwangerschap de diagnose aids gesteld. Ze kreeg een keizersnede, haar baby is getest en heeft gelukkig geen aids: er bestaat speciale medicatie voor zwangere vrouwen die het kind ook beschermt. Zij vertelt anderen hierover, in de hoop dat men inziet dat het zin heeft zich vroegtijdig te laten testen.
En eenmaal bij APLIWA ervaren de leden: gedeelde smart is halve smart.
Helaas worden mensen nog wel ontslagen als bekend wordt dat ze aids hebben, en is een medisch onderzoek verplicht als je solliciteert naar een nieuwe baan.
Het is dus belangrijk om samen sterk te staan, samen een groentetuin bewerken kan voorzien in de nodige gezonde voeding om de weerstand op peil te houden. Retrovirale medicijnen worden gelukkig gratis verstrekt; ook testen op aids is gratis.
Maar helaas geeft medicatie ook bijwerkingen en als opname in het ziekenhuis nodig is, kost dit wel geld.
De laatste jaren is er volgens de vrouwen verbetering merkbaar in de acceptatie van mensen met aids. Waar voorheen uitstoting plaatsvond, ontstaat nu soms (gedeeltelijk) acceptatie en herstel van bijv. familierelaties.
APLIWA helpt bij voorlichtingsdagen, die LISO op verzoek van het ziekenhuis organiseert.
De dames konden gelukkig getuigen van het feit dat door medicijnen en gezonde voeding, met aids ook te leven valt.
Uiteindelijk is niet aids maar malaria doodsoorzaak nummer 1 in Tanzania!
De reden van uiteenvallen van de voormalige aids-vrouwengroep is onduidelijk.
Er bestonden verschillende plannen om middelen van bestaan te verkrijgen. Een aantal vrouwen wensten het samen verbouwen van een groentetuin. Hier was vorig jaar over gesproken met de reizigers van Wederzijds, die hulp hebben toegezegd.
De groentetuin is er niet gekomen omdat een aantal vrouwen ineens voorkeur hadden voor een varkenshouderij. Dit vraagt echter specifieke kennis en grote investeringen, waardoor Walther dit niet kon ondersteunen. Om deze reden is de toezegging van Wederzijds niet gerealiseerd.
De voorzitster van APLIWA uitte hierover haar onvrede, waarop Piet in Kiswahili (ook hier weer, in navolging van Nyerere) uitlegt dat mensen niet “worden ontwikkeld”, maar alleen zichzelf kunnen ontwikkelen. Ook haalt Piet een gezegde uit Burkina Faso aan: als je hulp nodig hebt om je rug te wassen is het beter dat je zelf eerst je buik wast.
Het komt er op neer dat er eerst iets van de vrouwen wordt verwacht voordat wij aan bod komen. We doen de toezegging een waterput te financieren als zij de tuin in orde hebben. Walther zal hier op toezien en ons informeren als het zover is.
De vrouwen vertellen dat zij al wel op eigen initiatief zijn gestart met een kippenproject: een kip wordt voor een week uitgeleend. Na een week verzorging door de gastvrouw gaat de kip terug naar de eigenaresse en de gastvrouw houdt de ene helft van de kuikens. De andere helft gaat met de kip terug naar de eigenaresse.
Aan het eind van de middag brengen we een bezoek aan dokter Sanka. Dokter Sanka vertelt over zijn werk in het ziekenhuis. Huisartsen zoals wij in Nederland kennen bestaan in Tanzania niet. In Seloto ga je naar het ziekenhuis.
De afstand kan groot zijn. Walther vervoert in zijn auto wel eens mensen of medicijnen naar het ziekenhuis. Voor langere afstanden wordt gebruik gemaakt van AMREF, flying doctors. Zij betalen in Tanzania weinig voor kerosine, waardoor ze snel en goedkoop werken.
Er werken ca. 200 mensen in het ziekenhuis.
Als arts behandelt dokter Sanka alle voorkomende vragen van patiënten. Hij heeft zich gespecialiseerd in oogheelkunde. Gevraagd naar psychiatrie legde dokter Sanka uit dat dit “veel tijd en andere gaven” vraagt: “dit doen de zusters”. Er is wel psychiatrische medicatie beschikbaar.
Er is ook een tandarts aan het ziekenhuis verbonden, die trekt, maar voor vullen of een kunstgebit moet je naar Arusha (7 uur reizen enkele reis per openbaar vervoer).
Mensen moeten in het ziekenhuis ook betalen voor een consult.
’s Avonds ronden we ons bezoek aan LISO af met een feestelijk diner bij Walther en Rosalia thuis. Door omstandigheden zijn we laat en is het helaas al donker. Walthers huis heeft geen elektriciteit. Hij is al geruime tijd bezig met verbouwen. We zien bij het licht van de olielampen de heerlijk royale huiskamer. En we genieten met zijn allen enorm van de kookkunst van Rosalia.
En we krijgen de primeur van de rap over aids, in Kiswahili gezongen door de zoon van Selmi van Apliwa. Deze jongen heeft zijn tekst zelf gemaakt. Dokter Sanka is hier ook bij, en zei dat de informatie die de jongen doorgeeft in zijn lied volledig juist en knap geschreven is.
Hij zingt over de wijze van verspreiding van aids, waarschuwt andere jongeren en laat weten dat hij wel op school zit, maar niet weet of hij een toekomst heeft.
Als Walther ons na afloop allemaal naar huis/guesthouse brengt, blijken er 11 volwassenen in zijn auto te passen!
Vrijdag 18 juli: Seloto – Babati – Dodoma
Het is dit keer opstaan om 4.45.!! 5.30 staan we klaar en rijdt Walter voor (met Blassie).
Koffers op het dak en op pad naar Babati. Het is nog donker.
Om 6.30 uur in Babati (30 km). Het wordt onderweg al licht en er zijn al veel mensen op pad en bij de bussen.
Snel een kop thee en wat “oliebollen” en bananen ingeslagen als ontbijt. Walter heeft i.v.m. de koffers 3 plaatsen extra gereserveerd.
Om 7.20 uur zwaaien Walter en Blassie ons uit en om 10.30 uur zijn we in Kondoa (100 km.) Ten zuiden van Babati passeren we het zoutmeer. Er staan ossenkarren in het water om water op te halen. Vissen mag niet meer vanwege overbevissing.
In Kondoa moeten we overstappen in een nogal gammele bus. Van extra plaatsen weet men niet en de koffers gaan dus op het dak. Samen met allerlei dozen, fietsen, stoelen en matrassen. Tanzanianen leren wel om inschikkelijk te zijn (en tegelijkertijd een plekje te versieren). Verderop richting Dodoma wordt het droger en warmer. Veel baobab’s, eucalyptus en acasia’s (de bekende schermvormige bomen van de Afrikaanse steppe, heel karakteristiek en veel afgebeeld). Soms erg armoedige huisjes met platte grasdaken.
Toch wordt er ook veel gebouwd en stenen gebakken. Soms ook plotseling een mooier huis met schoon erf of een witte moskee. Beddingen van rivieren staan nu droog.
Enkele stops voor motorcontrole en koelwater bijvullen. Rijden er steeds twee “monteurs” mee? Bij alle stops verkopers, ook jongetjes, met bananen, levende kippen, eieren, pinda’s, water, frisdrank. (Opm.: Flessenwater is overal te koop en in gebruik!!)
Om 17.15 uur zijn we op de busterminal in Dodoma (150 km. van Kondoa). We worden direct belaagd door de taxi-drivers. We rijden naar het Holy Cross Hostel en daar klinkt het “Karibu”van de zusters. Er kan gedoucht worden.!
Ina glijdt uit in de badkamer en gaat met Piet en enkele helpers naar het hospitaal. Het wordt laat. Morgen voor gips weer erheen.
Zaterdag 19 Juli: Dodoma
Piet heeft nog een afspraak kunnen maken met mr. Tibamanya, coördinator van PELUM-Tanzania.
(Participatory Ecological Land use Management).
We worden op deze zaterdagmorgen vriendelijk ontvangen in een goed ingericht kantoor door mr. Yacob Tibamanya en zijn secretaresse.
Pelum-Tanzania maakt deel uit van de Pelum Association, bestaande uit afdelingen in 10 landen; hoofdkantoor in Lusaka, Zambia.
Na een introductie van ons door Piet geeft mr. Tibamanya een uitleg van het ontstaan, de organisatie en missie van PELUM. Het is een serviceorganisatie van op dit moment 35 NGO’s, met als leden kleine boeren (veeteelt en landbouw). Boer (“farmer’) kan ieder zijn, die geen ander inkomen heeft en een farm of tuin heeft, al of niet met cashcrops.
PELUM heeft dit jaar een eerste Strategisch Plan tot 2014 opgesteld. Er wordt van alles ondernomen om de kennis en positie van de boeren, intern en naar buiten toe, te versterken. Er zijn bladen, brochures, folders, actieposters, workshops, documentatie, acties gericht op de politiek (“We make noise”). Dit gebeurt o.a. rond jaarlijks georganiseerde “Farmers-days”,. Thema’s zijn b.v. verbetering van wegen, minimaal 10% van het overheidsbudget gaat naar landbouw; er is protest tegen genetische modificatie. Men streeft naar duurzame productie.
De tijd was beperkt; toch kregen we veel informatie van een zeer gedreven en aimabele mr. Tibamanya.
Wat zijn de uitdagingen:
- de communicatie tussen de basis en PELUM
- fondsen
- expertise voor kwalitatief goed PR-materiaal
Zondag 20 juli: Dodoma-Morogoro
Het Holy Cross Centre staat naast de kathedraal, die op deze zondagmorgen helemaal vol is. Om 7.30 uur staan de mensen tot buiten het voorportaal en komen er nog mensen aanlopen. Taxi’s brengen ons naar de busterminal. Het is weer druk met allerlei verkoop rond de bus. Om 9.40 uur rijden we weg naar Morogoro met de “Shabibi-line”. De bus en weg zijn in goede staat.
In Morogoro komt mrs. Josephine Bakita van het Amani Centre ons met twee auto’s ophalen en rijden we naar haar kantoor. Daar worden we hartelijk welkom geheten en vertelt ze als introductie het een en ander over haar werk voor gehandicapte kinderen. Het voornaamste is dat de kinderen worden geaccepteerd door ouders en omgeving. Daarnaast moeten de ouders worden getraind en “empowerd”. Er is een verandering van houding nodig bij de ouders en de society. De verstandelijk gehandicapten zijn daarbij nog extra kwetsbaar.
Voor de ouderen wordt nu gewerkt aan een “farm” en men is gestart met mobile clinics om mensen in een groter gebied te kunnen bereiken. Dit is een nieuwe aanpak om het niet zozeer te richten op opvang in Morogoro, maar de mensen zelf in de dorpen op te zoeken.
Er is ook een nieuw hostel gebouwd en een “café” met ruimte voor enkele winkeltjes is bijna klaar.
Mama Josephine is in ’90 gestart en was vooral gemotiveerd vanwege het feit, dat ze zelf een gehandicapte zoon had. Die is inmiddels overleden.
De steun van Cordaid (vanaf ’97) is vorig jaar helaas stopgezet. De aanvraag werd afgewezen en meerdere mensen moesten worden ontslagen. Als landen van sponsors noemt Josephine Nederland, Schotland, Noorwegen, Canada, Japan, Duitsland, Engeland, Finland.
Na terugkeer van het bezoek aan Nederland vorig jaar heeft ze zich wel eens afgevraagd wat ze eigenlijk heeft bereikt. Zal over 10 jaar de overheid het hebben overgenomen?Het Centre is algemeen bekend, de vrouw van de premier was er 3 keer, maar resultaat?Niettemin: “It is work from the heart. God is loving”
We rijden daarna door de stad naar het Seminarie. Daar worden we voorgesteld aan een joviale father Beatus. Die was eerder de parochiepriester van het Centre en nu de directeur van het Seminarie.
Het Centre ressorteert onder het Bisdom en father Beatus is de contactpersoon voor Josephine naar de Bisschop. Dit is dus meer een beleefdheidsbezoek en we zijn weer snel op de terugweg naar het huis, waar we zullen verblijven (“the guestwing”). Het hostel is in gebruik van een bezoekende groep scholieren uit Engeland.
In het guesthouse zorgt Antonia, ook werkzaam bij het Centre) voor de maaltijd.
Maandag 21 juli 2008: Amani Centre, MVOMERO
Vanuit het Amani centre (foto hierboven) vertrekken we later dan we gedacht hadden naar Mvomero. We gaan eerst op bezoek bij Father Serafine. Na het eten was er een gedachtewisseling waarbij de verkouden Piet aangaf dat hij ervoer dat er weinig protest of initiatief van de bevolking zelf komt. Father Serafine sprak dat tegen en werd even later bijgestaan door Josephine, die even later een gesprek met Jan Glissenaar aanhaalde. Father Serafine is sinds vijf maanden uit Kekeo naar deze parochie verhuisd, waar hij de kerken bezoekt met de fiets. Ondertussen heeft hij een groententuin aangelegd en plannen gemaakt voor een dispensary (gezondheidscentrum) waarbij men medicijnen kan kopen en hulp van een laag gekwalificeerde gezondheidswerker. Om deze van de grond te krijgen zou dat vele miljoenen Tshillings kosten. We vragen waarom hij niet voor verbetering van de bestaande regeringsdispensary gaat. Bij onze aankomst was hij nogal lacherig, bij ons afscheid verlaten we een serieus kijkende father
Serafine
Spreuk aan de wand: “There is Majesty in Simplicity”
Verder reizend stoppen we weer bij een paar hutjes langs de weg waar een gezin met vijf gehandicapte kinderen woont. De gehandicapte Charles is wat dik en kan niet lopen. Jozef ligt op een rieten mat. Vanuit Engels vrijwilligerswerk is er een nieuw huis voor de familie gebouwd, waardoor de jongen niet meer op de vochtige vloer in het hutje van klei hoeft te liggen. Daardoor is zijn gezondheid sterk verbeterd. De ouders zijn al in de vijftig, zestig en zijn nu naar de seminar. Helaas is er ’s-avonds laat geen tijd meer voor fysiotherapie, moe als ze zijn van een dag werken. Er is een mooie stoel, maar Jozef wordt steeds zwaarder. Aangekomen in Mvomero, waar het centrum prachtige groententuinen heeft. Hier staan ook de artikelen voor de verkoop en we zijn in de gelegenheid om houtsnijwerk, kaarten hoeden of armbandjes te kopen.
We wonen een gedeelte van het seminar bij. De deelnemers vragen ons hoe het in Nederland gaat. De afgelopen vijftig jaar is er veel veranderd in de gezondheidszorg in Nederland en met name in de zorg voor verstandelijk gehandicapten.
Mama Bakhita is in 2007 in Nederland geweest en heeft enkele zorginstellingen bekeken zoals de Losser hof en een huis van Amarant in een Noord-Brabantse zorginstelling.
Al wandelend vertelt Josephine ons dat ze het maar gek vond die tehuizen in Nederland. De mensen die we deze middag zien zijn een mix van mensen uit de omgeving en gehandicapte mensen. Er is ook een bijeenkomst voor ouderen.
Aan het einde van de bijeenkomst zong een jongen een rap-liedje, een groep kinderen zong, en een grote jongen deed een dansje. Zo zagen de familieleden en de andere deelnemers dat hun kinderen talenten hebben.
De foto’s van opa en oma met kinderen en kleinkinderen breken het ijs.
We wachten op de auto en gaan onder de boom zitten. Mr. Wadilange stelt de voorzitter en penningmeester (een vrouw) van de ouderengroep aan ons voor. Wadilange: “Het geld is in handen van een vrouw, Patricia, dat is beter hier. Vinden ze dat in andere landen ook? “!!!
Deze bijeenkomsten worden iedere twee maanden gehouden. In Afrika heerst nog de orale traditie. Brieven, email etc dat werkt hier niet.
Op het terrein bekijken we de kippenschuur met ren en mama Bakhita vertelde dat ze in Nederland bij boerderijen is geweest en dit het resultaat is. Zij verbaasde zich daar over de kippen met sokken aan. Ook waren er twee stallen met varkens die er goed uitzagen.
Op de terugweg lopen we op een door sloopafval verhard pad en zeg wat is dit nou? Zo’n veertig jaar geleden is hier ook asbest ingevoerd en gebruikt om daken te maken en wat al niet meer. Maar nu kan dit Eternit afval nog steeds meer kwaad dan goed doen. We gaan weer terug naar ons blauwe guesthouse.
Dinsdag 22 juli: Mikese en terug naar Dar es Salaam
Wanneer we door de ruimtes lopen van het Amani Centre komen we in een ruimte waar boekenkasten staan met Nederlandstalige titels, waarbij ik me afvraag wat kunnen deze mensen ermee. De volgende dag gaan we naar Mikese waar we een opleidingsplaats voor timmerman, het confectieatelier en de tuinderij bezichtigen.
We gaan in één auto en mama Bakhita, Alois Makoye de landbouw manager en twee leden van onze groep zitten op een matras achterin de laadbak van de auto.
Ook hier is een kippenhouderij. De gehandicapten leven hier en zijn vaak thuisloos. Het werk hier beoogt twee doelen, een vak leren en de ouders en stiefouders bij de jongeren betrekken. Ze leren hier een beroep zodat ze dat ergens anders kunnen uitoefenen. Sinds 2006 bestaat deze opleidingsplaats die op een lastige plaats is gesitueerd. Er is water nodig voor irrigatie, maar graven voor een waterput is te diep we zitten hier behoorlijk hoog.
Na afloop van ons bezoek gaan we weer naar het Amani-center waar we met de manager, maatschappelijk werker,en de coördinatrice van de dagopvang in gesprek gaan.
In eerste instantie komt Josephine Bakhita dominant over, maar ook mr. Makoye komt aan het woord.
De bedoeling van het Amani Centrum is om de families te helpen om voor de gehandicapte kinderen te zorgen. De jongeren komen vaak aan zonder gegeten te hebben en het centrum streeft ernaar dat een ieder één maaltijd per dag krijgt. Het is een gecompliceerde organisatie en wij vragen ons af waar het geld van de overheid is. De kosten van onderwijs kunnen nooit gedekt worden door winstgevende activiteiten zoals een timmerwerkplaats of een boomkwekerij. Hoewel het uiteindelijke besluit over belangrijke zaken door het bisdom wordt gedaan is Josephine toch de uitvoerder en secretaresse tegelijk. Er is een adviesraad ingesteld die toestemming moet geven om wat nieuws op te starten.
Onze reisleider vraagt of er prioriteiten zijn. Het antwoord is: het versterken en consolideren van de inkomen opleverende activiteiten zoals de varkens, de kippen en de tuin. En men denkt dan aan meer en betere gereedschappen en stallen, aan meer investeringen.
Hierop wordt door ons geantwoord dat het eerst nodig is een goede analyse te maken van de kosten en baten van deze activiteiten.
Als je nu geen of weinig winst maakt met de varkens of de kippen, is het niet zeker dat je meer winst zult maken met meer varkens of kippen. Als je met tachtig kippen geen winst hebt, zul je het met 160 kippen ook niet hebben.
Het Amani Centrum heeft het varkenproject opgezet en er zijn er nu al 83. Er zijn plannen om er 16 te verkopen. De vraag komt:Wordt er met die verkoop winst gemaakt en zo niet, wat voor hulp heb je nodig om de varkens winstgevend te maken?
Er is sprake van een dubbele doelstelling:
- opleiding geven aan de geestelijk gehandicapten
- produceren
Daarom is het veel moeilijker om het een winstgevende activiteit te maken. De talenten en de vaardigheden zijn te laag. Je kunt van mensen in opleiding niet verwachten dat ze al 100% productief zijn.
Uitbreiden betekent ook meer personeel en dat zal uit de verwachte meer inkomsten betaald moeten worden. Het is niet zeker of je dan meer over houdt om de kosten van het sociale werk van het Amani Centre te betalen. Bovendien wordt de bedrijfsvoering gecompliceerder.
Er zal een duidelijk overzicht moeten komen van de opbrengst van de kippen, varkens, tuin enz. Zodat er duidelijkheid is wat de opbrengsten zijn en wat de kosten van seminars, leraren en overheadkosten.
De lopende kosten zullen niet van donoren maar uit een vaste bron van inkomsten moeten komen wil een dergelijke organisatie blijven bestaan. Alleen het blijft de vraag of deze inkomen opleverende activiteiten de oplossing zijn.
We bedanken Mama Bakhita voor al haar goede zorgen terwijl zij erg druk is met verschillende projecten terwijl wij als bezoekers vaak dezelfde vragen stellen.
Zij antwoordt dat de discussie aanmoediging voor de toekomst is.
Na de lunch worden we door Mama Bakhita en haar medewerker begeleid naar het busstation. en vertrekken we, terug naar Dar es Salaam. In Dar es Salaam worden we opgewacht door Francisco en Mhando, een andere medeweker van Mama Bakhita. Door hen worden we met taxi’s terug gebracht naar het ons bekende hotel Econolodge. We besluiten onze laatste volledige dag in Tanzania met een goede maaltijd in een Chinees restaurant.
Woensdag 23 Juli: Dar es Salaam
Dit is onze laatste dag in Tanzania. Na het ontbijt ontruimen we onze kamers en zetten we onze bagage in een bergruimte bij de receptie. Vanavond zal Francesco ons bij het hotel komen ophalen en ons naar het vliegveld brengen.
Het enigste wat nog op het programma staat is een bezoek aan het “country office”van Oikocredit. Met twee taxi’s rijden we naar hun kantoor in het noorden van de stad langs de weg naar Bagamoyo, tegenover de Milennium towers.
Het kantoor is in 2006 geopend. We werden hartelijk ontvangen door Project officer Venance Tumaini. Het kantoor wordt gerund door twee personen. Er was vooraf nauwelijks overlegd, dus de aard van ons bezoek was wat onduidelijk. Gaandeweg het gesprek werd hij enthousiaster en nodigde hij Wederzijds uit om een volgende keer meer tijd te nemen en er een bezoek aan één van hun ‘klanten’ aan te koppelen.
Uit de informatie van mr. Tumaini kwam duidelijk de prioriteit voor armoedebestrijding naar voren. De reguliere banken hebben andere doelen en berekenen ook hogere rentes dan Oikocredit. Oikocredit leent onder andere geld uit via MFI’s en zogenaamde Saccos (Savings and Credit Cooperative Societies). Dit zijn banken, ’een laag onder de reguliere banken’. Oikocredit zorgt zonodig ook voor training van de Saccos.
In 2006 waren er 3 projecten, nu zijn dat er 8. Totaal worden zo ongeveer 60.000 mensen bereikt met krediet. Er valt nog veel te doen voor Oikocredit in Tanzania en het kantoor zal dat graag aanpakken.
Al met al was deze ontmoeting een mooie afsluiting van een heel boeiende reis!
Na dit laatste bezoek en een kop koffie in een restaurant zijn we terug gereden naar het stadscentrum, waar nog wat gewinkeld werd, souvenirs gekocht en geluncht in een Indisch-Chinees restaurant. Piet had nog een paar zaken te regelen bij zijn confraters, de Witte Paters, die daar wonen in een huis met uitzicht op de haven. Daar kwamen we later in de namiddag allemaal weer bijeen om terug te gaan naar Econolodge. Tegen 6 uur ’s avonds was Francisco daar om ons naar het vliegveld te brengen. Onderweg naar het vliegveld hadden we de gelegenheid om te zien dat ook Dar es Salaam verkeersopstoppingen kent. Daar namen we afscheid van Francisco en na de gebruikelijke formaliteiten vertrokken we via Nairobi en Zurich terug naar Amsterdam.
Donderdag 24 juli: Terug in Nederland
Rond half zeven ‘s morgens kwamen we aan in Zürich, waar we maar vijftig minuten hadden om over te stappen op onze vlucht naar Amsterdam. In Amsterdam waren we om goed negen uur. Na het ophalen van de bagage, kwamen we nog even bij elkaar voor een gezamenlijk kop koffie en daarna ging iedereen zijns weegs na een geslaagde en volgens allen, een heel interessante reis. Ieder heeft het op zijn eigen manier en volgens zijn eigen interesse ervaren zoals ook duidelijk is uit dit reisverslag, dat samengesteld is uit verslagen van verschillende leden van de groep. We zullen er allen met plezier aan terugdenken.
